TIPS OP EEN RIJ

  • Wees niet te bescheiden: vraag je leidinggevende om moeilijk en variërend werk en toon de resultaten
  • Doe iets naast je werk wat je echt leuk vindt: bijvoorbeeld een opleiding, hobby of vrijwilligerswerk.
  • Doe iets of vraag om werk waar je niet voor bent opgeleid of die je nog niet eerder hebt gedaan. Daarmee benut je de kwaliteit “Ik ben op mijn best tijdens het inwerken en als ik uit mijn comfortzone ben”.
  • Zoek gelijkgestemden, binnen of buiten je werk, met wie je kunt sparren en die je intellectueel uitdagen.
  • Vraag collega’s actief om te schieten op jouw ideeën of oplossingen.
  • Vraag om klussen die een hoge mate van complexiteit vragen.
  • Doe veel verschillende taken tegelijk.
  • Zet jezelf niet onder druk om uitdagend, excellent of vernieuwend werk te doen.

 

Zoek uitdaging naast je werk

Eva is gedreven en wil graag veel meer doen dan dat haar baas en collega’s haar laten doen, of dan wat bij haar functie hoort. Zij zoekt daarom zelf de uitdaging. Zo volgt zij een specialisatie opleiding in eigen tijd en in het weekend werkt ze mee aan een project voor kinderen in achterstandswijken. Op het werk neemt ze de begeleiding van studenten en stagiaires op zich. Daarnaast moet ze in haar functie nog steeds op de inhoud veel bijleren.

Ook Chris zoekt het in studieactiviteiten naast zijn werk. Hij volgt in de avonduren een studie binnen een hele andere richting dan zijn dagelijkse werk.

“Doe naast je werk iets wat je echt leuk vindt”

Anna ontdekte door eigen ervaringen een passie voor het circadiane ritme bij mensen (ochtend-, dag-  en avondmensen) en ging zich hier, naast haar werk, in verdiepen. Ook kwam zij vanwege de speciale onderwijsbehoeftes van haar (hoogbegaafde) kinderen terecht in het bestuur van hun school, waar ze met een ander slag mensen leerde samenwerken. Door haar activiteiten buiten het werk werd zij ook binnen haar eigen organisatie opgemerkt. Zo kreeg ze de kans om een onderzoek uit te voeren naar kennismanagement, wat resulteerde in het geleidelijke ‘job-craften’ van haar functie tot het huidige kennismanager van de divisie.

Doe dingen die je (nog) niet kan

Kim raadt HB-ers aan om zelf actief voor voldoende uitdaging in het werk te zorgen. Kim doet dat bijvoorbeeld door een baan te zoeken waar ze niet voor is opgeleid. Zo voorkomt ze dat ze zich verveelt en het geeft haar de kans om al doende te leren. Vaak valt dit ook nog eens goed te combineren met een studie. Haar tip: “neem steeds nét een trapje te hoog, dat is heerlijk”. Ze gebruikt de autonomie in haar huidige baan om hard te werken, mooie, vernieuwende, vaak onverwachte dingen te doen en te zorgen dat die het juiste platform krijgen, zodat ook anderen daar enorm van genieten. Over haar werk / carrière denkt ze steeds vooruit en vraagt zich af “wat heb ik straks nodig?”. Daar werkt ze vervolgens naartoe. Een tweede concrete tip: analyseer goed en eerlijk hoe je in elkaar zit en waar jij tot je recht zou komen. Maak dan een plan de campagne en voer het uit om er te komen.

Eva geeft aan dat ze scherper en beter functioneert als ze uit haar comfortzone mag komen. In haar werk binnen de advocatuur heeft ze steeds met nieuwe vragen en thema’s te maken. Die afwisseling ervaart ze als de leukste kant van haar werk. Tevens leidt dit tot een dilemma: “Ik wil graag de afwisseling en uitdaging van nieuw werk, anders zou ik me vervelen, maar ik word er ook onzeker van. Ik wil graag aan de verwachtingen van anderen voldoen”. Dat dilemma lost Eva op door geregeld te reflecteren op wat er redelijkerwijs verwacht mag worden en hierover te praten met haar baas en collega’s.

“Pak werk op dat buiten je comfortzone ligt”

Chris vertelt dat hij, ondanks zijn wens naar nieuwe dingen, verandering en uitdaging, niet zo goed uitdagende projecten durft op te pakken. Hij zegt dan last te hebben van faalangst. Wat hem in zo’n situatie helpt is om in het diepe gegooid te worden. Het is fijn als zijn leidinggevende hem het zetje en het vertrouwen geeft om de klus kan klaren.

Doe meerdere dingen tegelijkertijd

Het gebeurt regelmatig dat Puff zich verveelt op zijn werk. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Soms moet hij wachten op een systeem update of op werk van collega’s. Hij lost dit op door tijdens de wachturen zijn kennis te verbreden. Zo zoekt hij dan informatie op over nieuwe applicaties of installeert een compleet CRM systeem voor een goede vriendin. De tip van Puff is om als HB-er uit te zoeken wat je écht graag wilt en waar je je HB-energie in kwijt kan. Zorg dat je activiteiten doet waar je mentaal wordt geprikkeld of uitgedaagd. Voor Puff is dat de ICT. Hij haalt daar veel plezier en energie uit en het geeft hem de kans om steeds nieuwe dingen te ontdekken.

“Zoek taken waarin je je HB-energie kwijt kunt”

Kim beschrijft zichzelf als een snelle processor die daarbij snel kan schakelen. Ze analyseert zaken bijzonder vlot, heeft snel een overzicht van de situatie en kan deze op meerdere niveaus doorzien. Daarbij kan ze snel schakelen tussen de verschillende niveaus. Ze wordt niet snel moe van veel informatie of werk tegelijk, maar vindt dit juist leuk. Een quote: “ik ben op mijn best tijdens de inwerkperiode”. In haar werk zorgt ze ervoor dat ze veel verschillende taken te doen heeft en met veel verschillende mensen te maken heeft. Daarmee creëert ze haar schaakborden.

Wees eerlijk over je behoeften en verwachtingen

Willem geeft aan dat het belangrijk is om eerlijk te zijn over je capaciteiten, behoeften en verwachtingen: “Er lijken nogal wat dingen te moeten en het is maar de vraag of dat goed voor je is. Ik werk al 20 jaar  voor hetzelfde bedrijf. Dat mag je eigenlijk niet meer hardop zeggen, want je moet vooral niet langer dan een jaar of zes ergens blijven hangen. Vanaf jaar drie moet je toch echt al rond gaan bazuinen dat je uitdaging zoekt, mist, of wenst. Ik denk dat veel HB-ers de druk voelen om bij de vernieuwers te moeten willen horen, flitsend en snel te moeten excelleren, een managementfunctie te moeten ambiëren. Ik vrees dat dit een recept is voor flinke aantallen gefrustreerde hoogbegaafden en slechte managers.” Als jij een hoogbegaafde bent die de behoefte heeft om lang op eenzelfde plek te werken, bijvoorbeeld omdat dat rust geeft, doe dat dan vooral. Het geeft je de mogelijkheid je andere hobby’s en interesses met veel energie ernaast te kunnen doen.

“Onderscheid wat moet van jezelf van wat goed is voor jezelf”

Kies werk met een hoge mate van complexiteit

Anna vond werk waarin ze ze haar uitzonderlijke informatieverwerkingscapaciteiten kon inzetten. Door de hoge mate van complexiteit in haar werk(omgeving) heeft zij jaren met plezier gewerkt . In haar eerste baan na haar studie viel veel nieuws te leren in de complexe technische projecten waar zij werd ingezet. Na haar overstap naar een groot telecombedrijf kwam Anna terecht in procesmanagement waar zij bedrijfsprocessen in kaart bracht. Hierbij kon zij haar talent inzetten om een complexe omgeving eenvoudig weer te geven.

John en Pieter hebben ook gezorgd voor werk met veel complexiteit. Beide managen grote, langdurige en ingewikkelde projecten, soms op heel verschillende inhoudsgebieden.

“In een hoog complexe omgeving kunnen je HB-kwaliteiten floreren”

Zoek mensen die je uitdagen

Wendy zoekt haar uitdaging in het contact met andere HB-ers. Dat vervult haar behoefte “om ook af en toe op het racecircuit te kunnen rijden in plaats van in de tweede versnelling”.

“Zoek actief naar collega’s om mee op het racecircuit te rijden in plaats van in de tweede versnelling”

Ook John vindt het prettig om met gelijkgestemden zonder enige terughoudendheid en terugschakelen te kunnen praten. Hij vraagt zich regelmatig af hoe dingen zitten en wil dan sparren met iemand aan wie hij zich kan optrekken. Hij zoekt daar actief naar. Een concreet voorbeeld is zijn interesse in de kwantummechanica. Met de weinige en juiste mensen die daar verstand van hebben gaat hij graag de diepte in.

Ook Kim zoekt mensen op met wie ze de inhoud kan ingaan, zoals op dit moment een hoogleraar. Ze heeft inmiddels genoeg van het wachten (tot de rest het ook begrepen heeft) en heeft behoefte aan mensen die haar inspireren, aan sparringpartners op niveau. Die vindt zij in de academische wereld en daar geniet ze enorm van.

In zijn werk zoekt John naar collega’s die hem van tijd tot tijd met scherpe vragen aan de tand voelen. Hij vindt het lastig dat hij niet vaak kritisch wordt bevraagd. Meestal heeft hij de juiste argumenten om anderen te overtuigen. Hij spoort collega’s, teamleden en anderen actief aan om te schieten op zijn ideeën en hij beloont/ bedankt ze als ze dat doen.

Vraag om extra taken

John is blij met leidinggevenden die in de gaten hebben dat hij nieuwe dingen snel oppikt en die hem de ruimte geven om andere dingen te doen binnen zijn functie zodat hij zich kan blijven ontwikkelen. Hij zegt: “Als het draait ben ik er klaar mee. Nu werk ik langer op één project doordat de klussen die ik doe meer uitdaging bieden. Dat organiseer ik zo voor mezelf.” John raadt leidinggevenden aan om geregeld aan hun hoogbegaafde medewerker te vragen wat hij/zij wil doen en hem/haar kans te bieden op andere taken.

Ook Chris verveelt zich snel. Hij gaat dit tegen door bij zijn manager om extra taken te vragen. Zijn advies aan andere HB-ers is om bij de manager/ leidinggevende heel duidelijk aan te geven dat je VEEL werk wil. Tot slot bemoeit hij zich op zijn werk graag met van alles. Als mensen daar iets van zeggen dan is zijn reactie: “Klopt, ik doe graag veel en verschillend werk!”.

“Ik doe graag veel en verschillend werk”

Omgaan met verveling op school

Veel HB-ers die wij hebben geïnterviewd hebben tijdens hun schooltijd te maken gehad met verveling en onvoldoende uitdaging. Zij hebben veelal in hun jeugd al strategieën ontwikkeld om daarmee om te gaan, of helpen hun eigen hoogbegaafde kinderen met het ontwikkelen van effectieve manieren om met verveling om te gaan.

Pieter vertelt dat hij zich op school “altijd te pletter” verveelde en te boek stond als een “klojo, een leerling from hell”. Hij werd veel geschorst. Nadat bij zijn zoon, die in groep 2 al vloeiend kon lezen, een extreem hoog IQ en hoogbegaafdheid werden geconstateerd begreep hij meer van de frustratie en hobbels in zijn eigen jeugd.

John vertelt een vergelijkbaar verhaal. Hij is opgegroeid in een arbeidersgezin waar werken de moraal was. Inspanning werd meer beloond dan resultaat. De HAVO stond gelijk aan studeren.  De omgeving had weinig oog en begrip voor zijn slimheid en recalcitrante gedrag. Aan zijn schooltijd heeft John dan ook niet veel lol beleefd. Daarbuiten vermaakte hij zich prima. Zijn middelbare schooltijd heeft hij voor meer dan de helft niet meegemaakt. Hij spijbelde veelvuldig. Als hij in februari de klas betrad vroegen de meeste klasgenoten zich af wie de nieuwe leerling was.

Willem vertelt dat hij iedere schooldag heeft betreurd. Hij had een enorme hekel aan school. Vreemd, want hij was ontzettend leergierig en is dat ook altijd gebleven. Maar school was ballast, zonde van zijn tijd. Als hij (zijn) kinderen naar school ziet gaan krijgt hij nog steeds een beetje buikpijn. Willem beschouwt zichzelf als grotendeels autodidact en heeft “ondanks school toch nog best veel geleerd”. Hij leert graag maar heeft veel moeite met iemand die tegen hem zegt: “We gaan nu dit en dit leren.” Als kind liepen zijn interesses nog wel eens uit de pas met die van zijn vrienden. Hij kende de encyclopedie zo ongeveer uit zijn hoofd en vond één keer in de week voetballen op straat wel genoeg. Zijn moeder moest hem echt aansporen om buiten te spelen. In de zomer móest hij naar het zwembad “verschrikkelijk, zo’n stinkende chloorbak met de hele dag gekrijs”.

“Ik heb ondanks school toch nog best veel geleerd”

Als kleuter kon Frans al rekenen en lezen, en ook in latere klassen liep hij ver voor op klasgenootjes. Op de Jenaplan school benutte hij dit door de jongere kinderen zaken uit te leggen. Frans vond dit leuk en was hier goed in. Zowel op school als thuis voelde hij zich echter regelmatig onbegrepen. Zaken die leeftijdsgenoten bezig hielden stonden ver van hem af.

Eva was op de basisschool heel netjes maar thuis een driftkop. Ze geeft aan dat dat met verveling te maken had. Ze werd niet uitgedaagd. Haar ouders hebben altijd wel geweten dat ze hoogbegaafd is, maar zich daar verder niet in verdiept. Ze hebben Eva naar eer en geweten ondersteund, door haar aan verschillende clubactiviteiten te laten deelnemen, zoals muziekles, hockey en dansen. Ze heeft altijd een normaal sociaal leven gehad met veel vrienden.

Kim vond een manier om haar schooltijd goed door te komen. Haar motto: “ik hoef nergens de beste in te worden en kan me lekker in de breedte ontwikkelen”. Resultaat: een prima schooltijd met gezellig sociaal leven. Ze verveelde zich niet, maar ervoer het als normaal dat naar school  gaan betekende “wachten tot de les klaar was, koffie halen of de bibliotheek uitlezen” … Voor haar ging dit van nature, ze voelde er geen woede over.