Kies een passend persoonlijk ontwikkelingstraject

Chris zegt: “Als je weet waar je iets te leren hebt, ga er dan mee aan de slag”. In zijn geval was dat een Young Professional Programma, aangeboden door zijn werkgever. De 20-daagse cursus/ opleiding had als doel: persoonlijk ontwikkelen. Voor Chris heeft dit als resultaat gehad dat hij zich zelf goed heeft leren kennen. Hij kan nu op een professionele manier zeggen wat hij ergens van vindt, geeft eerder zijn mening en hij vraagt en geeft geregeld feedback aan collega’s. Hij is een goede netwerker geworden en bij borrels is hij aanwezig.

Ook Eva heeft in eerste instantie een intern traject van haar werk benut. Daarin ontdekte ze haar hoogbegaafdheid. Vervolgens heeft zij een extern coachingstraject doorlopen bij een HB-gespecialiseerde coach en tevens een psychologisch traject gevolgd. Deze trajecten hebben haar enorm geholpen om inzicht te krijgen in zich zelf en om te gaan met haar faalangst. Het externe coachtraject is betaald door haar werkgever, die inzag dat er een wederzijds belang was. Eva geeft aan dat het effectief is om trajecten als kansen aan te grijpen: in het intervisie-/coachtraject dat ze intern volgde heeft ze ervoor gekozen om open te zijn en te kijken hoe dit haar kon kan helpen. In een opwelling is ze eerlijk geweest en heeft ze gezegd dat ze moeilijk om kan gaan met kritiek. Voor haar betekende kritiek krijgen “dat je van alles niet goed gedaan hebt, dat je gefaald hebt”. Ze sloeg op zulke momenten dicht of werd emotioneel. Ze vatte het zeer persoonlijk op en werd er verdrietig van. Want ze had dan voor haar gevoel niet aan de verwachtingen voldaan. De interne coach herkende al snel de HB van Eva en heeft haar doorverwezen naar een gespecialiseerde HB-coach.

“Af en toe stilstaan bij “hoe gaat het nu’ helpt me om in balans te blijven”.

Eva geeft aan dat het voor haar goed werkt om dieper en fundamenteler bezig te zijn met waar ze staat. Door zich geregeld af te vragen “wie ben ik en hoe verhoud ik me tot andere personen” werkt ze thema’s uit en worden nieuwe inzichten haar eigen. Ze vindt het belangrijk om de onderwerpen die ze afgelopen jaren behandeld heeft in de coaching nu een vervolg geven.

Stem je tempo af op anderen

Trek jij met grote regelmaat eerder de (juiste) conclusie dan je collega’s of baas? We kunnen je gerust stellen, dat is kenmerkend voor hoogbegaafden.

Eva heeft hierin acceptatie gevonden. Zij wacht meestal af tot anderen de conclusie ook hebben en doet dan haar zegje. Soms kiest ze ervoor om de conclusie al eerder te benoemen en uit te leggen maar dan zijn collega’s vaak nog niet zover. Het effect is dan dat ze hun eigen positie en standpunt juist feller innemen. Ze onderbreken Eva dan tijdens haar uitleg en bieden weerstand. Tegenwoordig laat Eva daarom die onderbreking gewoon gebeuren en peilt ze waar de collega’s zitten in hun redenering. Vervolgens gebruikt ze andere formuleringen – zo neemt ze de collega’s toch weer mee in haar redenering.

“O ja, dat was ook zo … duiken!”.

Het gebeurt ook wel dat Eva stappen overslaat als ze iets uitlegt aan anderen. Zodra ze dat beseft probeer ze de uitleg opnieuw te doen maar dan met kleinere stapjes. “O ja dat was ook zo”, zegt ze dan tegen zichzelf. Eva vertelt dat daarin ook de sociale vaardigheid om in te kunnen slikken van pas is gekomen. Tijdens meetings waarin zij na twee minuten de oplossing weet, stelt ze haar inbreng uit of slikt deze in, en helpt collega’s door ze vragen te stellen om zelf tot het inzicht te komen.

Kim weet van zichzelf dat ze de neiging heeft om zich te ‘bemoeien’ met zaken waar ze volgens het boekje ‘geen verstand van heeft’. Inmiddels heeft ze dat afgeleerd: ze kan ontzettend goed haar mond houden, als ze zich dat maar bewust voorneemt. Hierbij gebruikt ze haar gevoeligheid voor irritatie bij anderen als alarmknop; als dit gevoel opkomt houdt ze zich stil. Ze noemt dit “duiken”: je mond houden als je het eigenlijk al lang weet. Dat vraagt geduld en dat lukt voornamelijk door te oefenen.

“Soms gewoon even stiekem samen klagen met andere HB-ers”.

Vertel op borrels wat over jezelf

Chris geeft aan dat hij borrels en andere sociale activiteiten vaak een oppervlakkig karakter vindt hebben. Toch is hij in een paar jaar tijd een goede netwerker geworden. Bij de meeste borrels van zijn werk is hij aanwezig. Hij heeft zich actief tot doel gesteld om binnen iedere afdeling iemand te leren kennen en dat is hem ook gelukt. Zijn strategie is om op dit soort momenten zelf óók over persoonlijke zaken te praten. Door deze persoonlijke verbinding op informele momenten ervaart Chris dat collega’s hem vertrouwen en sneller geneigd zijn iets voor hem te doen. Het helpt hem in zijn dagelijks werk om snel dingen voor elkaar te krijgen, hij weet precies wie hij waarvoor moet hebben.

Eva vertelt hetzelfde, zij heeft zich aangeleerd om vanuit haar gevoel af en toe wat over zichzelf te vertellen. Dat wordt gewaardeerd door anderen. Onderwerpen kunnen zijn: haar achtergrond, verleden, verdriet, gevoelsstatus, alles waar ze al over nagedacht heeft.

“Iets persoonlijks vertellen valt op, niet iedereen doet dat, maar het helpt om samen te werken”.

Denk aan hobbyprojecten tijdens verplichte bijeenkomsten

Verveel jij je vaak tijdens vergaderingen, bijvoorbeeld omdat je de oplossing voor het probleem dat wordt besproken allang weet? Probeer dan de tijd die je moet wachten eens op een effectieve manier te benutten.

John zegt dit als volgt te doen: “Ik heb mezelf aangeleerd om na te denken over andere hobby’s wanneer ik me in een vergadering of op een borrel verveel. Mijn hobby’s bestaan vaak uit ingewikkelde vraagstukken, dus er is altijd wel iets om over na te denken. Daarnaast ben ik er goed in om mensen te observeren, dat vind ik ook leuk. Zo kom ik de tijd wel door”. John voldoet op deze manier aan zijn sociale verplichting (hij is aanwezig) en gebruikt zijn tijd tevens op een voor hem prettige manier.

“Op de achtergrond heb ik altijd een paar hobby’s, zoals kwantum mechanica, draaien”.

Ook Willem en Eva gebruiken deze strategie. Willem zegt: “Ik mis het vermogen om me te vervelen. Er is in mijn hoofd altijd voldoende aan de hand om mee bezig te zijn. Ik vind een doodstille zondagnacht op mijn werk dan ook net zo oké als een drukke dagdienst”.

Eva moet in haar baan als advocaat af en toe als wingman van haar baas optreden en bij een sessie zitten. Ze stoort zich er regelmatig aan dat ze op die momenten niet de door haar gewenste ruimte krijgt. Het frustreert haar als ze slechts moet zitten en luisteren naar wat hij aan het vertellen is. Ze verliest dan haar scherpte en vindt dat ze geen waardevolle bijdrage  kan leveren. Dit lost ze op twee manieren op: “Soms maak ik in mijn hoofd alvast ander werk af, soms ga ik analyseren wat er gebeurt en me afvragen wat ik zelf zou doen in deze zaak. Ik vraag me dan bijvoorbeeld af: Wat zou ik wanneer zeggen?”

“Soms maak ik in mijn hoofd alvast ander werk af”.

Puff benut de  momenten dat hij moet wachten door zijn kennis te verbreden. Wanneer de computer een software update krijgt, of als collega’s nog bezig zijn met klussen af te ronden waarvan hij de uitkomst nodig heeft,  zoekt hij informatie over nieuwe applicaties of installeert hij een compleet CRM systeem voor een goede vriendin. Hij geeft aan dat het helpt om vooraf voor jezelf een lijstje te maken van dingen die je nog wil uitzoeken of uitvoeren. Als je dan even moet wachten pak je het lijstje erbij en kies je de taak waar je zin in hebt.

Maak (resultaat)afspraken met jezelf

In zijn rol als manager heeft John een agenda met veel meetings. Dat helpt hem om zich niet te verliezen in inhoudelijke klussen die hij zó interessant vindt dat hij erin verzandt. Doordat John veel moet letten op de tijd, schakelt hij steeds weer terug naar de waan van de dag. Daarnaast stelt hij prioriteiten, hij steekt veel tijd in werk waar hij verantwoordelijk voor is. Voor die taken wil hij een perfect resultaat. Hij maakt strakke resultaatafspraken met zichzelf, om te voorkomen dat hij zijn aandacht richt op de leuke weg er naar toe. “Het zal mij niet gebeuren dat het niet afkomt” is een gedachte die John daarbij helpt. Als hij taken moet doen voor anderen, vraagt hij zich bewust af wat hij een ‘voldoende’ resultaat vindt. Vaak vindt de ander dat dan een ‘goed’ resultaat.

“Van te voren bepaal ik mijn deadlines voor die dag, kies ik bewust hoeveel tijd ik voor een activiteit heb en wat ik in die tijd moet leveren”

 Van nature is Eva een heel harde werker, ze geeft aan dat haar grenzen vervaagd zijn als het gaat om de balans tussen wat ze voor haar werk doet en wat voor een baas normaal is om te vragen. Ze identificeert zich met haar werk en ervaart een succes op het werk alsof dat ook iets over haar als persoon zegt. Voor haar helpt het om zich bewust te realiseren dat er andere dingen in het leven minstens zo belangrijk zijn en dat ze daar ook aandacht en tijd aan wil besteden. Ze zet heel bewust haar werk opzij om met haar vriend of andere vrienden tijd door te brengen en ontspannen samen koffie te drinken of te mountainbiken. Eva doet dit door (1) meer tijd in te plannen om een klus uit te voeren dan ze in eerste instantie inschat en (2) door naast haar werk andere activiteiten in te plannen. Ze zet deze activiteiten op papier voor zichzelf. Daarbij zet ze zich actief in om tijdig met haar baas en collega’s te sparren over planningen en concreet af te stemmen wie wat doet.

Eva spreekt zichzelf streng toe om zich te realiseren dat zaken niet mislopen als er af en toe wat geschoven wordt in de planning. Dit is vaak in haar hoofd een probleem maar niet in het echt. Ook stelt ze zich één deadline per dag, i.p.v. meerdere. Zo kan ze zich focussen en ophouden als ze hem gehaald heeft.

Zoek uitdaging naast je werk

Eva is gedreven en wil graag veel meer doen dan dat haar baas en collega’s haar laten doen, of dan wat bij haar functie hoort. Zij zoekt daarom zelf de uitdaging. Zo volgt zij een specialisatie opleiding in eigen tijd en in het weekend werkt ze mee aan een project voor kinderen in achterstandswijken. Op het werk neemt ze de begeleiding van studenten en stagiaires op zich. Daarnaast moet ze in haar functie nog steeds op de inhoud veel bijleren.

Ook Chris zoekt het in studieactiviteiten naast zijn werk. Hij volgt in de avonduren een studie binnen een hele andere richting dan zijn dagelijkse werk.

“Doe naast je werk iets wat je echt leuk vindt”

Anna ontdekte door eigen ervaringen een passie voor het circadiane ritme bij mensen (ochtend-, dag-  en avondmensen) en ging zich hier, naast haar werk, in verdiepen. Ook kwam zij vanwege de speciale onderwijsbehoeftes van haar (hoogbegaafde) kinderen terecht in het bestuur van hun school, waar ze met een ander slag mensen leerde samenwerken. Door haar activiteiten buiten het werk werd zij ook binnen haar eigen organisatie opgemerkt. Zo kreeg ze de kans om een onderzoek uit te voeren naar kennismanagement, wat resulteerde in het geleidelijke ‘job-craften’ van haar functie tot het huidige kennismanager van de divisie.

Doe dingen die je (nog) niet kan

Kim raadt HB-ers aan om zelf actief voor voldoende uitdaging in het werk te zorgen. Kim doet dat bijvoorbeeld door een baan te zoeken waar ze niet voor is opgeleid. Zo voorkomt ze dat ze zich verveelt en het geeft haar de kans om al doende te leren. Vaak valt dit ook nog eens goed te combineren met een studie. Haar tip: “neem steeds nét een trapje te hoog, dat is heerlijk”. Ze gebruikt de autonomie in haar huidige baan om hard te werken, mooie, vernieuwende, vaak onverwachte dingen te doen en te zorgen dat die het juiste platform krijgen, zodat ook anderen daar enorm van genieten. Over haar werk / carrière denkt ze steeds vooruit en vraagt zich af “wat heb ik straks nodig?”. Daar werkt ze vervolgens naartoe. Een tweede concrete tip: analyseer goed en eerlijk hoe je in elkaar zit en waar jij tot je recht zou komen. Maak dan een plan de campagne en voer het uit om er te komen.

Eva geeft aan dat ze scherper en beter functioneert als ze uit haar comfortzone mag komen. In haar werk binnen de advocatuur heeft ze steeds met nieuwe vragen en thema’s te maken. Die afwisseling ervaart ze als de leukste kant van haar werk. Tevens leidt dit tot een dilemma: “Ik wil graag de afwisseling en uitdaging van nieuw werk, anders zou ik me vervelen, maar ik word er ook onzeker van. Ik wil graag aan de verwachtingen van anderen voldoen”. Dat dilemma lost Eva op door geregeld te reflecteren op wat er redelijkerwijs verwacht mag worden en hierover te praten met haar baas en collega’s.

“Pak werk op dat buiten je comfortzone ligt”

Chris vertelt dat hij, ondanks zijn wens naar nieuwe dingen, verandering en uitdaging, niet zo goed uitdagende projecten durft op te pakken. Hij zegt dan last te hebben van faalangst. Wat hem in zo’n situatie helpt is om in het diepe gegooid te worden. Het is fijn als zijn leidinggevende hem het zetje en het vertrouwen geeft om de klus kan klaren.

Omgaan met verveling op school

Veel HB-ers die wij hebben geïnterviewd hebben tijdens hun schooltijd te maken gehad met verveling en onvoldoende uitdaging. Zij hebben veelal in hun jeugd al strategieën ontwikkeld om daarmee om te gaan, of helpen hun eigen hoogbegaafde kinderen met het ontwikkelen van effectieve manieren om met verveling om te gaan.

Pieter vertelt dat hij zich op school “altijd te pletter” verveelde en te boek stond als een “klojo, een leerling from hell”. Hij werd veel geschorst. Nadat bij zijn zoon, die in groep 2 al vloeiend kon lezen, een extreem hoog IQ en hoogbegaafdheid werden geconstateerd begreep hij meer van de frustratie en hobbels in zijn eigen jeugd.

John vertelt een vergelijkbaar verhaal. Hij is opgegroeid in een arbeidersgezin waar werken de moraal was. Inspanning werd meer beloond dan resultaat. De HAVO stond gelijk aan studeren.  De omgeving had weinig oog en begrip voor zijn slimheid en recalcitrante gedrag. Aan zijn schooltijd heeft John dan ook niet veel lol beleefd. Daarbuiten vermaakte hij zich prima. Zijn middelbare schooltijd heeft hij voor meer dan de helft niet meegemaakt. Hij spijbelde veelvuldig. Als hij in februari de klas betrad vroegen de meeste klasgenoten zich af wie de nieuwe leerling was.

Willem vertelt dat hij iedere schooldag heeft betreurd. Hij had een enorme hekel aan school. Vreemd, want hij was ontzettend leergierig en is dat ook altijd gebleven. Maar school was ballast, zonde van zijn tijd. Als hij (zijn) kinderen naar school ziet gaan krijgt hij nog steeds een beetje buikpijn. Willem beschouwt zichzelf als grotendeels autodidact en heeft “ondanks school toch nog best veel geleerd”. Hij leert graag maar heeft veel moeite met iemand die tegen hem zegt: “We gaan nu dit en dit leren.” Als kind liepen zijn interesses nog wel eens uit de pas met die van zijn vrienden. Hij kende de encyclopedie zo ongeveer uit zijn hoofd en vond één keer in de week voetballen op straat wel genoeg. Zijn moeder moest hem echt aansporen om buiten te spelen. In de zomer móest hij naar het zwembad “verschrikkelijk, zo’n stinkende chloorbak met de hele dag gekrijs”.

“Ik heb ondanks school toch nog best veel geleerd”

Als kleuter kon Frans al rekenen en lezen, en ook in latere klassen liep hij ver voor op klasgenootjes. Op de Jenaplan school benutte hij dit door de jongere kinderen zaken uit te leggen. Frans vond dit leuk en was hier goed in. Zowel op school als thuis voelde hij zich echter regelmatig onbegrepen. Zaken die leeftijdsgenoten bezig hielden stonden ver van hem af.

Eva was op de basisschool heel netjes maar thuis een driftkop. Ze geeft aan dat dat met verveling te maken had. Ze werd niet uitgedaagd. Haar ouders hebben altijd wel geweten dat ze hoogbegaafd is, maar zich daar verder niet in verdiept. Ze hebben Eva naar eer en geweten ondersteund, door haar aan verschillende clubactiviteiten te laten deelnemen, zoals muziekles, hockey en dansen. Ze heeft altijd een normaal sociaal leven gehad met veel vrienden.

Kim vond een manier om haar schooltijd goed door te komen. Haar motto: “ik hoef nergens de beste in te worden en kan me lekker in de breedte ontwikkelen”. Resultaat: een prima schooltijd met gezellig sociaal leven. Ze verveelde zich niet, maar ervoer het als normaal dat naar school  gaan betekende “wachten tot de les klaar was, koffie halen of de bibliotheek uitlezen” … Voor haar ging dit van nature, ze voelde er geen woede over.

 

Ga actief aan de slag met je HB-gevoeligheden

Eva geeft aan altijd heel erg emotioneel te zijn geweest. Vroeger uitte ze dat ook maar merkte dat het onhandig was in allerlei situaties en heeft het vanaf dat moment totaal onderdrukt. Daardoor raakte haar ratio overontwikkeld en haar emotionele groei onderontwikkeld. Eva heeft altijd last gehad van faalangst en heeft dat opgevangen door heel hard te werken. Ze stopte veel energie in haar studie, ook al was dat niet nodig om goede cijfers te halen. Op haar 23e ontdekte ze, in een coachingstraject dat bij haar werk hoorde, dat ze hoogbegaafd is. Een belangrijk moment in haar leven. Zaken die ze nooit kon plaatsen kregen ineens betekenis. Haar diepste dalen zijn de momenten waar ze het meeste uithaalt in het leven. Ze ervaart dan een grote motivatie om op dat punt sterker te worden.   Ze pakt thema’s aan waar ze al haar leven tegenop loopt: omgaan met kritiek, emotionele reacties, faalangst en neiging om heel hard te werken

Een voorbeeld daarvan is de manier waarop ze heeft geleerd om te gaan met conflicten. Zij lost dit in haar werk op door haar kracht, creatieve oplossingen bedenken, in te zetten en de best passende oplossingen voor alle partijen te bedenken. Ze is analytisch zeer sterk en dat is bij conflicten, waar het domein van rechten veelal om draait, heel handig. Ze hoeft nooit veel moeite te doen om de kern van een probleem te duiden. Haar vermogen om out of the box te denken levert voor de klant vaak een effectieve en goedkope oplossing op.

“Zet je creatieve denkvermogen in om effectieve oplossingen te bedenken voor conflictsituaties”

 

 

Erken je hoogbegaafdheid

Volgens Ellen is bewustwording daarbij een belangrijke sleutel. Binnen de bank waar zij werkt, leert ze young professionals om ‘bewust HB’ te zijn en de kwaliteiten te omarmen. Zij ziet dat werknemers die hun HB erkennen op het werk beter gedijen en hun talenten kunnen benutten. Een young professional programma  kan volgens Ellen enorm helpen de talenten te ontdekken en vervolgens optimaal in te (leren) zetten.

Eva is zo’n bewuste young professional. Zij geeft het erkennen vorm door heel bewust eerlijk te zijn tegen zich zelf. Concreet doet ze dat door te vertrouwen op de momenten dat zij opvalt door de indruk die ze wekt. Andere mensen zeggen regelmatig tegen haar dat ze een slimme indruk wekt, zelfs als ze alleen maar aanwezig is en niet eens veel zegt. Ze wordt er vaak uitgepikt als “veelbelovend”. Door deze ervaringen vertrouwt ze er inmiddels op dat ze deze indruk (veel potentie hebben, slim zijn) achterlaat. Ze realiseert zich dat ze de dimensie slim zijn niet kan thuislaten. Het hoort nu eenmaal bij haar hoogbegaafdheid.

De uitdaging? Jezelf leren zien zonder jezelf af te wijzen!

Louise, John en Pieter benadrukken dat het voor HB-ers belangrijk is om na het proces van ontdekken, erkennen en zelfacceptatie voorbij het slachtofferschap te komen. Hoe je dat kan doen komt in de volgende berichten aan bod!