Zoek een gemeenschappelijk doel

Frans combineert in zijn werkomgeving twee dingen: staan voor wat hij wil en samenwerking. Hij geeft duidelijk aan wat wel en niet kan én wat hij wil. Daarbij is hij gericht op het vinden van een middenweg of de gezamenlijkheid. Soms is er een ander, hoger doel, zoals het belang van een goede relatie op de lange termijn of culturele gewoontes die om een zekere aanpassing vragen.

“Erken wat de ander van jou wil en zoek daar de gezamenlijkheid in”.

Dat vergt van jezelf dat je boven de belangen en ego’s van verschillende partijen uitstijgt en zoekt naar een oplossing die voor beide partijen werkt. Frans beschrijft dat hij op een bepaald moment weg moest bij een baan doordat er een nieuwe manager kwam. Nadat hij over zijn eerste boosheid heen was, is hij op zoek gegaan naar creatieve oplossingen voor de situatie. Deze waren zowel voor hemzelf als zijn werkgever aantrekkelijk . De oplossingen werkten zo goed dat zijn werkgever hem uiteindelijk met pijn in het hart zag vertrekken naar een andere baan.

Chris kijkt heel ver vooruit, vaak wel tien jaar. Hij vraagt zich af wat er tegen die tijd veranderd moet zijn en hoe de afdeling/ het bedrijf zal functioneren. Op basis daarvan is zijn natuurlijke neiging om doelen te stellen voor zichzelf en acties te benoemen. Hij merkt echter dat veel collega’s niet zo ver vooruit denken. Zij stellen veel kortere-termijn doelen. Om toch goed samen te werken gebruikt Chris een aantal werkwijzen : Hij checkt als hij een idee presenteert of mensen het snappen. Wat hij heeft geleerd is dat als er geen respons komt, de collega’s het idee óf niks vinden óf niet snappen. Als ze het niks vinden probeert hij door vragen te stellen erachter te komen waarom ze hun hakken in het zand zetten. Vervolgens zoekt hij een gezamenlijk nieuw doel om naar toe te werken. Als ze het niet snappen, gaat hij terug naar het begin van het verhaal en bouwt het dan opnieuw op. Chris heeft ervaren dat hij geen ideeën moet doorduwen.

“Mijn motto is: Ik wil dingen alleen doen als ik het doel zie. Ik vraag me altijd af: waarom willen mensen iets? Zonder doel iets doen kan ik niet!”

 

Maak ruimte voor je eigen manier van werken

Hoogbegaafden hebben in de “formele wereld” vaak de beleving dat er veel van ze wordt verwacht of verlangd. Niet altijd vinden ze het makkelijk om aan deze verwachtingen te voldoen. Het past vaak ook niet bij ze.

Voor Frans helpt het om te zoeken naar creatieve oplossingen voor deze situaties. Soms zit dat in het ontwikkelen van innerlijke afstand tot wat formeel verwacht wordt en de situatie met humor tegemoet treden. Op andere momenten zoekt hij naar praktische oplossingen waar hij zich comfortabel bij voelt en die tegelijkertijd voldoen aan het verwachtingspatroon van anderen of formele instanties. Zijn rijke creatieve geest komt hierbij goed van pas. Hij volgt zijn goesting om dingen die hij interessant vindt uit te zoeken en maakt ruimte om spontane dingen te doen. Als werk te efficiënt is of wordt, dan vindt hij het niet leuk en functioneert hij niet goed. Frans richt zich inmiddels niet meer op wat “juist” is volgens de boekjes, of wat hoort, maar op wat voor hem werkt.

“De gebruikelijke tips voor efficiënt en effectief werken, ervaar ik niet als nuttig. Ik heb middels zelfonderzoek een eigen manier van werken gevonden. Ik weet nu goed wat wel en wat niet voor mij werkt”.

Belangrijke elementen zijn

  • vertrouwen op jezelf,
  • niet-oordelen naar jezelf,
  • de energie van ‘het moment’ gebruiken,
  • jezelf gunnen je werk op je eigen manier te doen.

Ga mee met het collega-uitje, en vul dat in zoals bij je past

Frans werd onlangs in een zakelijke context uitgenodigd te gaan golfen, iets waar hij echt geen zin in had. Hij voelde echter wel de druk om op deze uitnodiging in te gaan. Maar daadwerkelijk meedoen, dat ging hem te ver. Frans heeft dit opgelost door ervoor te kiezen op het terras een kop thee te gaan drinken en een lekker taartje te bestellen, terwijl de collega’s een balletje sloegen. Het resultaat? Een boeiend gesprek met een collega die te laat was en daardoor niet meer kon aansluiten bij het golfen.

“Ik kies zelfverzekerd en positief een andere activiteit, die goed bij me past”.

Check vooraf het gewenste eindresultaat

Het kan goed zijn dat jouw beeld van het eindresultaat, het werk dat wordt gevraagd of de projectuitkomst, complexer en veelomvattender is dan dat feitelijk zo is. Soms zijn je collega’s al tevreden terwijl jij voor je gevoel slechts de helft hebt geleverd van wat je eigenlijk wil leveren. Het helpt dan om vooraf samen te bespreken hoe het resultaat eruit moet komen te zien. Wanneer is het werk af?

Wendy doet dit door te luisteren naar haar omgeving en een 10-puntsschaal te gebruiken. Zij levert werk af dat voor haar gevoel een ‘5’ scoort, maar door anderen met een 10 wordt gewaardeerd. Het zorgt ervoor dat ze met geringe inspanning al genoeg kan bijdragen. Daarnaast heeft ze ontdekt dat collega’s alleen de schaal 1-10 kennen en niet weten dat er daarbuiten ook meer is. Ze voegt toe dat ze het werk zelf pas interessant vindt worden vanaf de 11. Pieter omschrijft dit als: “De wereld is vol middelmatigheid, dat is de norm: ik ben niet meer teleurgesteld als ik daarop stuit. Het maakt het voor mij veel gemakkelijker en meer ontspannen om wat toe te voegen”.

“Met een klein beetje inzet kan ik vaak al een waardevolle bijdrage leveren, dat geeft me voldoening”.

Als Willem moet presteren op het maximum van zijn kunnen, raakt de perfectionist in hem in paniek. Hij vreest dan dat zijn resultaten de toets der kritiek niet zullen doorstaan. Dat maakt hem onzeker, met als resultaat dat er  niks meer uit zijn handen komt. Daarom kiest hij ervoor om, naar zijn maatstaven, op 70% van zijn kunnen te presteren. In sporttermen is dat het inspanningsniveau waarmee je tijdens het sporten nog een gesprek met een medesporter kan voeren. In zijn werk is dit het niveau dat feitelijk van hem verlangd wordt.

Voor Willem helpt het ook om zich te realiseren dat werk slechts werk is. Het werk moet wel zijn plaats weten in zijn leven. Dat geldt ook voor Wendy en Pieter. Zij gebruiken een deel van hun energie en tijd om andere dingen te doen waar ze ook plezier aan beleven. Frans zegt: “Het is belangrijk om “formeel” te voldoen aan eisen of verwachtingen en ondertussen maximaal plezier en vrijheid te ervaren in het vinden van een manier (zowel in de innerlijke houding als in de uiterlijke uiting) die past bij jezelf”.

Omgaan met verveling op school

Veel HB-ers die wij hebben geïnterviewd hebben tijdens hun schooltijd te maken gehad met verveling en onvoldoende uitdaging. Zij hebben veelal in hun jeugd al strategieën ontwikkeld om daarmee om te gaan, of helpen hun eigen hoogbegaafde kinderen met het ontwikkelen van effectieve manieren om met verveling om te gaan.

Pieter vertelt dat hij zich op school “altijd te pletter” verveelde en te boek stond als een “klojo, een leerling from hell”. Hij werd veel geschorst. Nadat bij zijn zoon, die in groep 2 al vloeiend kon lezen, een extreem hoog IQ en hoogbegaafdheid werden geconstateerd begreep hij meer van de frustratie en hobbels in zijn eigen jeugd.

John vertelt een vergelijkbaar verhaal. Hij is opgegroeid in een arbeidersgezin waar werken de moraal was. Inspanning werd meer beloond dan resultaat. De HAVO stond gelijk aan studeren.  De omgeving had weinig oog en begrip voor zijn slimheid en recalcitrante gedrag. Aan zijn schooltijd heeft John dan ook niet veel lol beleefd. Daarbuiten vermaakte hij zich prima. Zijn middelbare schooltijd heeft hij voor meer dan de helft niet meegemaakt. Hij spijbelde veelvuldig. Als hij in februari de klas betrad vroegen de meeste klasgenoten zich af wie de nieuwe leerling was.

Willem vertelt dat hij iedere schooldag heeft betreurd. Hij had een enorme hekel aan school. Vreemd, want hij was ontzettend leergierig en is dat ook altijd gebleven. Maar school was ballast, zonde van zijn tijd. Als hij (zijn) kinderen naar school ziet gaan krijgt hij nog steeds een beetje buikpijn. Willem beschouwt zichzelf als grotendeels autodidact en heeft “ondanks school toch nog best veel geleerd”. Hij leert graag maar heeft veel moeite met iemand die tegen hem zegt: “We gaan nu dit en dit leren.” Als kind liepen zijn interesses nog wel eens uit de pas met die van zijn vrienden. Hij kende de encyclopedie zo ongeveer uit zijn hoofd en vond één keer in de week voetballen op straat wel genoeg. Zijn moeder moest hem echt aansporen om buiten te spelen. In de zomer móest hij naar het zwembad “verschrikkelijk, zo’n stinkende chloorbak met de hele dag gekrijs”.

“Ik heb ondanks school toch nog best veel geleerd”

Als kleuter kon Frans al rekenen en lezen, en ook in latere klassen liep hij ver voor op klasgenootjes. Op de Jenaplan school benutte hij dit door de jongere kinderen zaken uit te leggen. Frans vond dit leuk en was hier goed in. Zowel op school als thuis voelde hij zich echter regelmatig onbegrepen. Zaken die leeftijdsgenoten bezig hielden stonden ver van hem af.

Eva was op de basisschool heel netjes maar thuis een driftkop. Ze geeft aan dat dat met verveling te maken had. Ze werd niet uitgedaagd. Haar ouders hebben altijd wel geweten dat ze hoogbegaafd is, maar zich daar verder niet in verdiept. Ze hebben Eva naar eer en geweten ondersteund, door haar aan verschillende clubactiviteiten te laten deelnemen, zoals muziekles, hockey en dansen. Ze heeft altijd een normaal sociaal leven gehad met veel vrienden.

Kim vond een manier om haar schooltijd goed door te komen. Haar motto: “ik hoef nergens de beste in te worden en kan me lekker in de breedte ontwikkelen”. Resultaat: een prima schooltijd met gezellig sociaal leven. Ze verveelde zich niet, maar ervoer het als normaal dat naar school  gaan betekende “wachten tot de les klaar was, koffie halen of de bibliotheek uitlezen” … Voor haar ging dit van nature, ze voelde er geen woede over.

 

Spreek targets af

Zoals bij veel andere HB’ers verloopt de zoektocht van Lily en Julia naar een passende werkplek via trial en error. Een belangrijk aspect in het zoeken naar een geschikte baan is voor hen, meer nog dan de functie-inhoud, een passende werkomgeving. Wat duidelijk niet werkte in het verleden was een controlerende, wantrouwende manier van aansturing. Zij komen meer tot bloei in een omgeving met duidelijk gedefinieerde targets en maximale regelmogelijkheden. Vrijheid om zelf invulling te geven aan tijdsbesteding en manier van werken is cruciaal. Een HB-er haalt het gestelde resultaat vaak sneller dan de tijd die ervoor bepaald is. Frans geeft aan dat het daarbij ook nog belangrijk is ruimte te krijgen voor onregelmatig presteren.

Ook John geeft aan gebaat te zijn bij leidinggevenden die hem vrijlaten. Een goede leidinggevende voor hem spreekt resultaatafspraken af en laat hem vrij op de manier van het behalen hiervan. Als een leidinggevende te dicht op John zit lost hij dit op door bijvoorbeeld te zeggen: “Ik kan het op twee manieren oplossen: ik kan het op jouw manier doen, of ik kan het écht oplossen”. Humor en een vertrouwensband is hierbij essentieel. Een concreet advies van John is om niet op zoek te gaan naar een baas die slimmer is dan jij. Het is verstandiger om een baas te vinden die begrijpt dat hij jou ruimte moet geven. Laat je baas aangeven welke resultaten hij wil, en geef aan dat je de uitvoering zelf wil doen.

“Zoek niet naar een baas die slimmer is maar naar een leidinggevende die begrijpt dat hij/zij jou de ruimte moet geven”

Pieter heeft geen traditionele werkgever-werknemer relatie. Zijn werkgever gaf hem in het jaarlijkse functioneringsgesprek min of meer per ongeluk een beoordelingsformulier, maar zij waren het er uiteindelijk beiden over eens: “dat moeten we echt niet doen”. Hij ervaart totale gelijkwaardigheid in de arbeidsrelatie en werkt met targets. Omdat hij die meer dan dubbel behaalt laat zijn werkgever hem totaal vrij. Als hij straks helemaal hersteld is van zijn burnout wil hij als ZZP-er aan de slag en “geen zweem van een baas” meer ervaren.

Frans hanteert als zelfstandig ondernemer het principe dat hij in contacten met opdrachtgevers zijn eigen manier van werken verkiest boven de zekerheid van een opdracht. Zo vertelt hij over een grote opdracht in het begin van zijn carrière waarbij hij duidelijk heeft aangegeven dat de regels en kleine lettertjes die het bedrijf met hem wilde afspreken niet voor hem zouden werken. Vervolgens heeft de opdrachtgever tot zijn verrassing het papiertje terzijde geschoven en is meegegaan met zijn manier van werken. Wat hierbij helpt is handelen vanuit vertrouwen en niet hechten aan (vervolg)opdrachten.

Zoek de goudklompjes om je heen

Een helpende overtuiging om je te verhouden tot middelmatigheid is het zoeken van goudklompjes om je heen. We bedoelen daarmee, beseffen dat andere mensen waardevol en nodig zijn, bijvoorbeeld voor het uitvoeren van meer routinematige klussen.

Anna  stelt concreet. “Om goed samen te werken en doelen te bereiken heb je allerlei soorten mensen en inbreng nodig, niet alleen jezelf”.

Pieter heeft geleerd om de kwaliteiten van anderen te waarderen, in plaats van zich te storen aan de fouten die ze maken. Een voorbeeld hiervan is een collega die hij omschrijft als “een warhoofd, een prutser”. Deze collega volgt een geheel andere aanpak dan hij zelf zou kiezen. Toch weet hij zijn inbreng te waarderen, luistert hij naar deze collega en kijkt hij naar diens kwaliteiten. Pieter heeft geleerd om te accepteren dat de wereld vol middelmatigheid zit, en vindt het fascinerend hoe mensen dan toch dingen voor elkaar kunnen krijgen: “Ik lach erom. Ik zeg de dingen wat voorzichtiger tegenwoordig en begrijp dat er ook andere belangen spelen. Ik ben milder geworden. De wereld is vol middelmatigheid, dat is de norm: ik probeer niet meer teleurgesteld te zijn als ik daarop stuit. Dat heeft met verwachtingen te maken. Ik verwacht minder van mensen om me heen, en heb respect voor wat ze doen en allemaal voor elkaar krijgen (met hun beperking)”.

Er zijn overal om je heen leuke mensen die iets specifieks heel goed kunnen. Daar blinken zij in uit. Dat is het goudklompje.

Frans gebruikt een andere strategie om goudklompjes te zoeken en ontdekken. Hij heeft geleerd om mensen te zoeken die goed zijn in iets specifieks. Mensen die op één gebied een vorm van begaafdheid hebben ontwikkeld. Zo noemt hij het voorbeeld van een weefster die een unieke, prachtig vormgegeven theedoek heeft ontwikkeld en die hem inspireert. Frans heeft geleerd om goed om zich heen te kijken. Er zijn overal om je heen leuke mensen, onafhankelijk van hun functie. Dat kan de postbode zijn of de cafébaas. Zoek ze op en verbind je met ze. Dat is zijn advies.

Zoek steun bij mensen bij wie je jezelf kunt zijn

Deze blog sluit aan bij de vorige. Je leest hier meer voorbeelden over hoe je je omgeving kan kiezen. De kern hierbij is: jezelf kunnen zijn.

Lily beaamt dit. Ze vertelt dat de groep vrienden die ze van jongs af aan al kent haar helemaal accepteert zoals ze is. Waar ze in werksituaties nog wel eens wordt beschouwd als vreemde eend kan ze bij deze mensen zichzelf zijn. Voor haar is dit belangrijk om goed te functioneren.

Julia vertelt dat zij in de loopbaantraining voor hoogbegaafden een groepje mensen heeft ontmoet die elkaar regelmatig treffen en actief contact houden. In het zoeken naar werk helpt dit haar om zichzelf beter te definiëren. Zij krijgt feedback van gelijkgestemden. In deze groep voelt zij zich gesteund en erkend. Ze kan zichzelf zijn waardoor ze groeit als persoon en weer met rechte schouders loopt. Dit vertrouwen en groei helpt haar in het zoeken naar werk.

John geeft de tip om binnen het bedrijf waar je werkt iemand te zoeken (liefst in een hogere functie) die er echt is voor jou. Een sponsor of coach die zich niet bedreigd voelt, die jou kan spiegelen en die jou ook de ruimte kan geven om taken op te pakken. Lily sluit zich hierbij aan. En stelt dat het voor HB’ers die niet op de juiste plek zitten zinvol is om contact te zoeken met andere HB’ers. Dat kan ook een coach zijn met specifieke kennis van HB.

Frans heeft vanuit zijn ervaringen met homoseksualiteit een aantal dingen geleerd die hij ook gebruikt in het omgaan met zijn hoogbegaafdheid. Hij heeft tijdens het ontdekken en ontwikkelen van het homo-zijn geleerd om in te gaan tegen het gemiddelde en een eigen plek te zoeken. De strategieën en vaardigheden die hij als homo heeft geleerd, zoals het opbouwen van een “nieuwe” identiteit, het lef vinden zijn eigen weg te gaan en actief zoeken naar hulp en rolmodellen, hebben hem geholpen in het omgaan met zijn hoogbegaafdheid. Hij stelt dat je, door contact te zoeken met ‘lotgenoten’, zowel steun, praktische tips als een positieve innerlijke houding kan creëren. Dit kan je vervolgens helpen om te zorgen voor een positief ondersteunende omgeving voor jezelf als hoogbegaafde.

 

 

 

Kies en creëer zoveel mogelijk je eigen omgeving

Onze omgeving bepaalt voor een groot gedeelte hoe we ons ontwikkelen. Op jonge leeftijd kan je daar nog niet zoveel invloed op uitoefenen. Maar als volwassene (vaak) wel!

Frans is creatief van geest en ontdekte al op jonge leeftijd dat hij in een omgeving wilde leven waarin hij er onvoorwaardelijk mocht zijn. Hij vond dit destijds in het omgaan met dieren. Ook nu wil hij niet beoordeeld worden op wat hij denkt en wil. Hij kiest daarom heel zorgvuldig zijn klanten, opdrachtgevers en andere mensen met wie hij omgaat. Dit doet hij op basis van wederkerigheid en respect. Hij zorgt er daarnaast voor dat zaken die hem overlast en stress bezorgen zoveel mogelijk uit zijn leven blijven. Hij sluit zich bijvoorbeeld van bepaalde input af als deze hem geïrriteerd of geëmotioneerd maakt. Concreet is dat het journaal.

Kort gezegd: Frans stelt dat je soms beter iets of iemand uit je leven kan zetten. Zeker mensen die jou niet accepteren. Daarbij is het de kunst om niet de strijd aan te gaan, maar weg te blijven. Sommige klanten verwijst hij bijvoorbeeld door naar iemand anders.

“Ga verbinding aan met stukjes van de wereld.”

Ook Puff kiest zijn omgeving bewust. Zijn sociale netwerk hoeft niet groot te zijn. Hij beschrijft zichzelf als een sociaal teruggetrokken persoon. Puff ontloopt ‘normale’ mensen en zoekt juist graag HB-ers op. Daar heeft hij een klik mee. Hij heeft drie hele goede vrienden. Dat is voor hem voldoende en bevredigt zijn behoefte aan diepgang. Met deze mensen voelt hij zich veilig als hij op zaterdagmiddag de drukke binnenstad in wil. Hij houdt dan zijn vrienden in de gaten en sluit zich af voor de rest van alle prikkels.

Puff heeft ook bewust zijn werktijden aangepast. Hij begint heel vroeg en stopt midden op de middag. Daarna kan hij boodschappen doen als het rustig is in de supermarkt. Als het onverwacht toch te druk is loopt hij weg.

Frans

Frans werkt als loopbaancoach voor hoogbegaafden. Hij is creatief, eigenzinnig en denkt out-of-the-box.

“Ik sta  voor wat ik wil en zoek op een creatieve manier de samenwerking”.