Formuleer uitnodigende zinnen

Zeg jij van nature meestal direct wat je ergens van vindt? Ben je direct in je communicatie? Dan heb je misschien wel eens gemerkt dat dat weerstand kan oproepen bij anderen.

Puff heeft geleerd zich subtieler en genuanceerder uit te drukken. Hij noemt het ‘sociale gebeuren’ een struikelblok. Zijn oplossing is tegenwoordig om eerst even stil te staan bij het feit dat hij mogelijk te direct kan zijn met wat hij wil zeggen. Vervolgens verzint hij een subtielere formulering. Ook heeft hij het ‘ik-vind’-principe aangeleerd (in tegenstelling tot “het is zo” of “jij bent een …”). Hiermee probeert hij wat hij zegt bij zichzelf te houden en het als zijn mening te presenteren. Niet als de waarheid.

“Ik denk dat …, zou het zo kunnen zijn dat?”

John zit sinds kort op een nieuwe klus. Zijn team kent hem nog niet zo goed. Laatst wilde hij dat het team iets zou uitzoeken voor hem. In zijn vorige team wist men, dat als John suggereerde “je zou wellicht nog even … kunnen uitzoeken” dat ze dat maar beter konden doen. Want als John het zegt dan klopt het. Nu met het nieuwe team kwam John erachter dat deze manier van verwoorden nog niet duidelijk genoeg was. Bij de volgende team-meeting was het uitzoeken namelijk niet gebeurd. In plaats van boos te worden realiseert John zich dat hij uitvoeriger had moeten uitleggen wat er gedaan moest worden: hij had bij het nieuwe team niet goed genoeg gecheckt (middels vragen) of zijn boodschap helder was.

”Zou het wat zijn om …?”, “Ik stel voor dat we …”.

Ook bij conflicten of meningsverschillen hanteert John de strategie van uitnodigende zinnen. Als het botst op inhoud richt hij zich op de feiten en als het botst op de richting of de ideeën stelt hij vragen met een suggestiesfeer: ”Zou het wat zijn om …?”, “Ik stel voor dat we …”. Dit zorgt ervoor dat John een succesvolle manager is die veel voor elkaar krijgt en geliefd is bij de teams die hij aanstuurt.

 

Stel vragen

John geeft aan dat hij het grootste deel van zijn sociale gedrag heeft aangeleerd. Dat werkt prima voor hem. Maar het liefst lost hij zelfstandig vraagstukken op. Hij wordt echter in zijn werk wel geacht samen te werken. Daarom heeft hij zichzelf een aantal communicatietechnieken aangeleerd die effectief zijn in de samenwerking. John heeft bijvoorbeeld al doende geleerd dat het niet werkt om stellig te zijn en je oplossing te willen doordrukken. De juiste vragen stellen en mensen laten nadenken werkt juist wel.

“Met je eigen doel voor ogen, is het de kunst de anderen naar jouw oplossing te bevragen”.

Breng hier geduld voor op, vanuit de gedachte dat mensen het verdienen om zo behandeld te worden. Voor Kim is het een belangrijke “truc” om vragen te stellen i.p.v. opmerkingen te maken. Met de juiste vragen laat je merken dat je afstemt en de ander helpt om zijn eigen gedachten te vormen en verwoorden. Zo ontdekken mensen zélf wat zij vaak al lang had bedacht. Maar soms wordt Kim op deze manier verrast. Het gebeurt wel eens dat iemand een ander, voor haar nieuw, idee opbrengt. Dat zijn van die gelukjes …

“Met de juiste vragen laat je merken dat je afstemt en de ander helpt om zijn eigen gedachten te vormen en verwoorden”.

Betrek collega’s bij jouw oplossing

Jij leest en verwerkt nieuwe informatie snel. Veel sneller dan mensen in jouw omgeving. Je ziet heel snel waar een probleem precies zit en hebt weinig tijd nodig om tot een oplossing te komen. Dat gaat niet veranderen, wel kan je het handig gebruiken. Zo doen John en Kim dat:

In zijn werk heeft John zich aangeleerd om zich te richten op dilemma’s waar anderen nog geen oplossing voor hebben gevonden. Hij haalt er voldoening uit om dat dilemma (samen met anderen) wél op te lossen. Als dat is gelukt vindt John het mooi dat het probleem getackeld is. Niet perse dat hij dat heeft gedaan. In het werken met zijn collega’s begint hij bovenaan, als hij ziet dat ze het snappen blijft hij daar en anders maakt hij kleinere stapjes. Opknippen van het dilemma is een strategie die hij veel inzet. Bij sommige collega’s ziet hij ongeduld als het voor anderen nog langzamer moet, John vindt het de kunst om te kunnen schakelen op alle niveaus.

“Ik knip het dilemma op in stukjes die passen bij mijn collega’s en schakel zo op alle niveaus”.

Kim doet iets soortgelijks. Zij schakelt regelmatig terug of laat een onderwerp een poos liggen als anderen er nog niet aan toe zijn. Ze heeft geleerd haar neiging om dingen omstandig uit te leggen te onderdrukken en de taal / manier te zoeken die aanhaakt bij wat de ander nog wel begrijpt. Samen het draagvlak zoeken is haar doel en daarbij hanteert ze de gedachte: ik wil graag verrast worden doordat ik geen gelijk heb.

Denk aan hobbyprojecten tijdens verplichte bijeenkomsten

Verveel jij je vaak tijdens vergaderingen, bijvoorbeeld omdat je de oplossing voor het probleem dat wordt besproken allang weet? Probeer dan de tijd die je moet wachten eens op een effectieve manier te benutten.

John zegt dit als volgt te doen: “Ik heb mezelf aangeleerd om na te denken over andere hobby’s wanneer ik me in een vergadering of op een borrel verveel. Mijn hobby’s bestaan vaak uit ingewikkelde vraagstukken, dus er is altijd wel iets om over na te denken. Daarnaast ben ik er goed in om mensen te observeren, dat vind ik ook leuk. Zo kom ik de tijd wel door”. John voldoet op deze manier aan zijn sociale verplichting (hij is aanwezig) en gebruikt zijn tijd tevens op een voor hem prettige manier.

“Op de achtergrond heb ik altijd een paar hobby’s, zoals kwantum mechanica, draaien”.

Ook Willem en Eva gebruiken deze strategie. Willem zegt: “Ik mis het vermogen om me te vervelen. Er is in mijn hoofd altijd voldoende aan de hand om mee bezig te zijn. Ik vind een doodstille zondagnacht op mijn werk dan ook net zo oké als een drukke dagdienst”.

Eva moet in haar baan als advocaat af en toe als wingman van haar baas optreden en bij een sessie zitten. Ze stoort zich er regelmatig aan dat ze op die momenten niet de door haar gewenste ruimte krijgt. Het frustreert haar als ze slechts moet zitten en luisteren naar wat hij aan het vertellen is. Ze verliest dan haar scherpte en vindt dat ze geen waardevolle bijdrage  kan leveren. Dit lost ze op twee manieren op: “Soms maak ik in mijn hoofd alvast ander werk af, soms ga ik analyseren wat er gebeurt en me afvragen wat ik zelf zou doen in deze zaak. Ik vraag me dan bijvoorbeeld af: Wat zou ik wanneer zeggen?”

“Soms maak ik in mijn hoofd alvast ander werk af”.

Puff benut de  momenten dat hij moet wachten door zijn kennis te verbreden. Wanneer de computer een software update krijgt, of als collega’s nog bezig zijn met klussen af te ronden waarvan hij de uitkomst nodig heeft,  zoekt hij informatie over nieuwe applicaties of installeert hij een compleet CRM systeem voor een goede vriendin. Hij geeft aan dat het helpt om vooraf voor jezelf een lijstje te maken van dingen die je nog wil uitzoeken of uitvoeren. Als je dan even moet wachten pak je het lijstje erbij en kies je de taak waar je zin in hebt.

Besef dat ook jij je moet inspannen

Juist omdat veel dingen je als hoogbegaafde zo makkelijk afgaan, is het een reality check als je beseft dat er ook zaken zijn waarvoor je je écht moet inspannen. Zaken waar je moe van wordt.

John heeft dit aan den lijve ondervonden. Zonder enige inspanning doorliep hij alle klassen op school. Zijn gedachte was: ‘een 5½ is genoeg, daarna heb ik tijd om kattenkwaad uit te halen’. Proefwerken leverde hij halverwege in, omdat hij wist dat de voldoende binnen was. Dan vond hij het niet zinvol de rest van het proefwerk ook te maken, tot irritatie van de leraar.

Deze strategie ging goed tot de 4e klas … hij bleef zitten en het lukte hem niet meer zonder inspanning de proefwerken te halen. Daarop besloot zijn vader dat John in de zomervakantie maar eens écht aan het werk moest, en wel bij het bedrijf waar vader zelf ook werkte. Wat John niet wist, was dat pa de voorman had ingelicht: Het werken had maar één doel, John móest en zou kruipend thuiskomen van het harde werken…

“Doorzettingsvermogen en inspanning waren geheel nieuw voor mij.”

Dat lukte: de voorman liet John enorm fysiek zware klussen doen en ’s avonds kwam hij gesloopt weer thuis. Pa deed er nog een schepje bovenop en stelde dat John de keus had: werken bij het asfalteerbedrijf óf terug naar school gaan en zich inzetten daar. Ook moest John zelf maar regelen dat hij terug mocht naar school. Als hij dat niet zou doen maar wel thuis wilde wonen moest hij huur gaan betalen.  John had zijn les geleerd en koos een school, maakte deze af en stroomde door naar een HBO studie. Met zijn nieuwe “werken is de moraal” instelling kwam hij daarna al snel terecht bij een bedrijf, dat hem een baan aanbood én een studie bedrijfskundige informatica financierde. Overdag werken en ’s avonds studeren werd het nieuwe stramien. Voor John werkt het goed dat hij werd uitgedaagd en zich hard kon inspannen.

 

Maak (resultaat)afspraken met jezelf

In zijn rol als manager heeft John een agenda met veel meetings. Dat helpt hem om zich niet te verliezen in inhoudelijke klussen die hij zó interessant vindt dat hij erin verzandt. Doordat John veel moet letten op de tijd, schakelt hij steeds weer terug naar de waan van de dag. Daarnaast stelt hij prioriteiten, hij steekt veel tijd in werk waar hij verantwoordelijk voor is. Voor die taken wil hij een perfect resultaat. Hij maakt strakke resultaatafspraken met zichzelf, om te voorkomen dat hij zijn aandacht richt op de leuke weg er naar toe. “Het zal mij niet gebeuren dat het niet afkomt” is een gedachte die John daarbij helpt. Als hij taken moet doen voor anderen, vraagt hij zich bewust af wat hij een ‘voldoende’ resultaat vindt. Vaak vindt de ander dat dan een ‘goed’ resultaat.

“Van te voren bepaal ik mijn deadlines voor die dag, kies ik bewust hoeveel tijd ik voor een activiteit heb en wat ik in die tijd moet leveren”

 Van nature is Eva een heel harde werker, ze geeft aan dat haar grenzen vervaagd zijn als het gaat om de balans tussen wat ze voor haar werk doet en wat voor een baas normaal is om te vragen. Ze identificeert zich met haar werk en ervaart een succes op het werk alsof dat ook iets over haar als persoon zegt. Voor haar helpt het om zich bewust te realiseren dat er andere dingen in het leven minstens zo belangrijk zijn en dat ze daar ook aandacht en tijd aan wil besteden. Ze zet heel bewust haar werk opzij om met haar vriend of andere vrienden tijd door te brengen en ontspannen samen koffie te drinken of te mountainbiken. Eva doet dit door (1) meer tijd in te plannen om een klus uit te voeren dan ze in eerste instantie inschat en (2) door naast haar werk andere activiteiten in te plannen. Ze zet deze activiteiten op papier voor zichzelf. Daarbij zet ze zich actief in om tijdig met haar baas en collega’s te sparren over planningen en concreet af te stemmen wie wat doet.

Eva spreekt zichzelf streng toe om zich te realiseren dat zaken niet mislopen als er af en toe wat geschoven wordt in de planning. Dit is vaak in haar hoofd een probleem maar niet in het echt. Ook stelt ze zich één deadline per dag, i.p.v. meerdere. Zo kan ze zich focussen en ophouden als ze hem gehaald heeft.

Kies werk met een hoge mate van complexiteit

Anna vond werk waarin ze ze haar uitzonderlijke informatieverwerkingscapaciteiten kon inzetten. Door de hoge mate van complexiteit in haar werk(omgeving) heeft zij jaren met plezier gewerkt . In haar eerste baan na haar studie viel veel nieuws te leren in de complexe technische projecten waar zij werd ingezet. Na haar overstap naar een groot telecombedrijf kwam Anna terecht in procesmanagement waar zij bedrijfsprocessen in kaart bracht. Hierbij kon zij haar talent inzetten om een complexe omgeving eenvoudig weer te geven.

John en Pieter hebben ook gezorgd voor werk met veel complexiteit. Beide managen grote, langdurige en ingewikkelde projecten, soms op heel verschillende inhoudsgebieden.

“In een hoog complexe omgeving kunnen je HB-kwaliteiten floreren”

Zoek mensen die je uitdagen

Wendy zoekt haar uitdaging in het contact met andere HB-ers. Dat vervult haar behoefte “om ook af en toe op het racecircuit te kunnen rijden in plaats van in de tweede versnelling”.

“Zoek actief naar collega’s om mee op het racecircuit te rijden in plaats van in de tweede versnelling”

Ook John vindt het prettig om met gelijkgestemden zonder enige terughoudendheid en terugschakelen te kunnen praten. Hij vraagt zich regelmatig af hoe dingen zitten en wil dan sparren met iemand aan wie hij zich kan optrekken. Hij zoekt daar actief naar. Een concreet voorbeeld is zijn interesse in de kwantummechanica. Met de weinige en juiste mensen die daar verstand van hebben gaat hij graag de diepte in.

Ook Kim zoekt mensen op met wie ze de inhoud kan ingaan, zoals op dit moment een hoogleraar. Ze heeft inmiddels genoeg van het wachten (tot de rest het ook begrepen heeft) en heeft behoefte aan mensen die haar inspireren, aan sparringpartners op niveau. Die vindt zij in de academische wereld en daar geniet ze enorm van.

In zijn werk zoekt John naar collega’s die hem van tijd tot tijd met scherpe vragen aan de tand voelen. Hij vindt het lastig dat hij niet vaak kritisch wordt bevraagd. Meestal heeft hij de juiste argumenten om anderen te overtuigen. Hij spoort collega’s, teamleden en anderen actief aan om te schieten op zijn ideeën en hij beloont/ bedankt ze als ze dat doen.

Vraag om extra taken

John is blij met leidinggevenden die in de gaten hebben dat hij nieuwe dingen snel oppikt en die hem de ruimte geven om andere dingen te doen binnen zijn functie zodat hij zich kan blijven ontwikkelen. Hij zegt: “Als het draait ben ik er klaar mee. Nu werk ik langer op één project doordat de klussen die ik doe meer uitdaging bieden. Dat organiseer ik zo voor mezelf.” John raadt leidinggevenden aan om geregeld aan hun hoogbegaafde medewerker te vragen wat hij/zij wil doen en hem/haar kans te bieden op andere taken.

Ook Chris verveelt zich snel. Hij gaat dit tegen door bij zijn manager om extra taken te vragen. Zijn advies aan andere HB-ers is om bij de manager/ leidinggevende heel duidelijk aan te geven dat je VEEL werk wil. Tot slot bemoeit hij zich op zijn werk graag met van alles. Als mensen daar iets van zeggen dan is zijn reactie: “Klopt, ik doe graag veel en verschillend werk!”.

“Ik doe graag veel en verschillend werk”

Omgaan met verveling op school

Veel HB-ers die wij hebben geïnterviewd hebben tijdens hun schooltijd te maken gehad met verveling en onvoldoende uitdaging. Zij hebben veelal in hun jeugd al strategieën ontwikkeld om daarmee om te gaan, of helpen hun eigen hoogbegaafde kinderen met het ontwikkelen van effectieve manieren om met verveling om te gaan.

Pieter vertelt dat hij zich op school “altijd te pletter” verveelde en te boek stond als een “klojo, een leerling from hell”. Hij werd veel geschorst. Nadat bij zijn zoon, die in groep 2 al vloeiend kon lezen, een extreem hoog IQ en hoogbegaafdheid werden geconstateerd begreep hij meer van de frustratie en hobbels in zijn eigen jeugd.

John vertelt een vergelijkbaar verhaal. Hij is opgegroeid in een arbeidersgezin waar werken de moraal was. Inspanning werd meer beloond dan resultaat. De HAVO stond gelijk aan studeren.  De omgeving had weinig oog en begrip voor zijn slimheid en recalcitrante gedrag. Aan zijn schooltijd heeft John dan ook niet veel lol beleefd. Daarbuiten vermaakte hij zich prima. Zijn middelbare schooltijd heeft hij voor meer dan de helft niet meegemaakt. Hij spijbelde veelvuldig. Als hij in februari de klas betrad vroegen de meeste klasgenoten zich af wie de nieuwe leerling was.

Willem vertelt dat hij iedere schooldag heeft betreurd. Hij had een enorme hekel aan school. Vreemd, want hij was ontzettend leergierig en is dat ook altijd gebleven. Maar school was ballast, zonde van zijn tijd. Als hij (zijn) kinderen naar school ziet gaan krijgt hij nog steeds een beetje buikpijn. Willem beschouwt zichzelf als grotendeels autodidact en heeft “ondanks school toch nog best veel geleerd”. Hij leert graag maar heeft veel moeite met iemand die tegen hem zegt: “We gaan nu dit en dit leren.” Als kind liepen zijn interesses nog wel eens uit de pas met die van zijn vrienden. Hij kende de encyclopedie zo ongeveer uit zijn hoofd en vond één keer in de week voetballen op straat wel genoeg. Zijn moeder moest hem echt aansporen om buiten te spelen. In de zomer móest hij naar het zwembad “verschrikkelijk, zo’n stinkende chloorbak met de hele dag gekrijs”.

“Ik heb ondanks school toch nog best veel geleerd”

Als kleuter kon Frans al rekenen en lezen, en ook in latere klassen liep hij ver voor op klasgenootjes. Op de Jenaplan school benutte hij dit door de jongere kinderen zaken uit te leggen. Frans vond dit leuk en was hier goed in. Zowel op school als thuis voelde hij zich echter regelmatig onbegrepen. Zaken die leeftijdsgenoten bezig hielden stonden ver van hem af.

Eva was op de basisschool heel netjes maar thuis een driftkop. Ze geeft aan dat dat met verveling te maken had. Ze werd niet uitgedaagd. Haar ouders hebben altijd wel geweten dat ze hoogbegaafd is, maar zich daar verder niet in verdiept. Ze hebben Eva naar eer en geweten ondersteund, door haar aan verschillende clubactiviteiten te laten deelnemen, zoals muziekles, hockey en dansen. Ze heeft altijd een normaal sociaal leven gehad met veel vrienden.

Kim vond een manier om haar schooltijd goed door te komen. Haar motto: “ik hoef nergens de beste in te worden en kan me lekker in de breedte ontwikkelen”. Resultaat: een prima schooltijd met gezellig sociaal leven. Ze verveelde zich niet, maar ervoer het als normaal dat naar school  gaan betekende “wachten tot de les klaar was, koffie halen of de bibliotheek uitlezen” … Voor haar ging dit van nature, ze voelde er geen woede over.