Stel vragen

John geeft aan dat hij het grootste deel van zijn sociale gedrag heeft aangeleerd. Dat werkt prima voor hem. Maar het liefst lost hij zelfstandig vraagstukken op. Hij wordt echter in zijn werk wel geacht samen te werken. Daarom heeft hij zichzelf een aantal communicatietechnieken aangeleerd die effectief zijn in de samenwerking. John heeft bijvoorbeeld al doende geleerd dat het niet werkt om stellig te zijn en je oplossing te willen doordrukken. De juiste vragen stellen en mensen laten nadenken werkt juist wel.

“Met je eigen doel voor ogen, is het de kunst de anderen naar jouw oplossing te bevragen”.

Breng hier geduld voor op, vanuit de gedachte dat mensen het verdienen om zo behandeld te worden. Voor Kim is het een belangrijke “truc” om vragen te stellen i.p.v. opmerkingen te maken. Met de juiste vragen laat je merken dat je afstemt en de ander helpt om zijn eigen gedachten te vormen en verwoorden. Zo ontdekken mensen zélf wat zij vaak al lang had bedacht. Maar soms wordt Kim op deze manier verrast. Het gebeurt wel eens dat iemand een ander, voor haar nieuw, idee opbrengt. Dat zijn van die gelukjes …

“Met de juiste vragen laat je merken dat je afstemt en de ander helpt om zijn eigen gedachten te vormen en verwoorden”.

Betrek collega’s bij jouw oplossing

Jij leest en verwerkt nieuwe informatie snel. Veel sneller dan mensen in jouw omgeving. Je ziet heel snel waar een probleem precies zit en hebt weinig tijd nodig om tot een oplossing te komen. Dat gaat niet veranderen, wel kan je het handig gebruiken. Zo doen John en Kim dat:

In zijn werk heeft John zich aangeleerd om zich te richten op dilemma’s waar anderen nog geen oplossing voor hebben gevonden. Hij haalt er voldoening uit om dat dilemma (samen met anderen) wél op te lossen. Als dat is gelukt vindt John het mooi dat het probleem getackeld is. Niet perse dat hij dat heeft gedaan. In het werken met zijn collega’s begint hij bovenaan, als hij ziet dat ze het snappen blijft hij daar en anders maakt hij kleinere stapjes. Opknippen van het dilemma is een strategie die hij veel inzet. Bij sommige collega’s ziet hij ongeduld als het voor anderen nog langzamer moet, John vindt het de kunst om te kunnen schakelen op alle niveaus.

“Ik knip het dilemma op in stukjes die passen bij mijn collega’s en schakel zo op alle niveaus”.

Kim doet iets soortgelijks. Zij schakelt regelmatig terug of laat een onderwerp een poos liggen als anderen er nog niet aan toe zijn. Ze heeft geleerd haar neiging om dingen omstandig uit te leggen te onderdrukken en de taal / manier te zoeken die aanhaakt bij wat de ander nog wel begrijpt. Samen het draagvlak zoeken is haar doel en daarbij hanteert ze de gedachte: ik wil graag verrast worden doordat ik geen gelijk heb.

Stem je tempo af op anderen

Trek jij met grote regelmaat eerder de (juiste) conclusie dan je collega’s of baas? We kunnen je gerust stellen, dat is kenmerkend voor hoogbegaafden.

Eva heeft hierin acceptatie gevonden. Zij wacht meestal af tot anderen de conclusie ook hebben en doet dan haar zegje. Soms kiest ze ervoor om de conclusie al eerder te benoemen en uit te leggen maar dan zijn collega’s vaak nog niet zover. Het effect is dan dat ze hun eigen positie en standpunt juist feller innemen. Ze onderbreken Eva dan tijdens haar uitleg en bieden weerstand. Tegenwoordig laat Eva daarom die onderbreking gewoon gebeuren en peilt ze waar de collega’s zitten in hun redenering. Vervolgens gebruikt ze andere formuleringen – zo neemt ze de collega’s toch weer mee in haar redenering.

“O ja, dat was ook zo … duiken!”.

Het gebeurt ook wel dat Eva stappen overslaat als ze iets uitlegt aan anderen. Zodra ze dat beseft probeer ze de uitleg opnieuw te doen maar dan met kleinere stapjes. “O ja dat was ook zo”, zegt ze dan tegen zichzelf. Eva vertelt dat daarin ook de sociale vaardigheid om in te kunnen slikken van pas is gekomen. Tijdens meetings waarin zij na twee minuten de oplossing weet, stelt ze haar inbreng uit of slikt deze in, en helpt collega’s door ze vragen te stellen om zelf tot het inzicht te komen.

Kim weet van zichzelf dat ze de neiging heeft om zich te ‘bemoeien’ met zaken waar ze volgens het boekje ‘geen verstand van heeft’. Inmiddels heeft ze dat afgeleerd: ze kan ontzettend goed haar mond houden, als ze zich dat maar bewust voorneemt. Hierbij gebruikt ze haar gevoeligheid voor irritatie bij anderen als alarmknop; als dit gevoel opkomt houdt ze zich stil. Ze noemt dit “duiken”: je mond houden als je het eigenlijk al lang weet. Dat vraagt geduld en dat lukt voornamelijk door te oefenen.

“Soms gewoon even stiekem samen klagen met andere HB-ers”.

Doe dingen die je (nog) niet kan

Kim raadt HB-ers aan om zelf actief voor voldoende uitdaging in het werk te zorgen. Kim doet dat bijvoorbeeld door een baan te zoeken waar ze niet voor is opgeleid. Zo voorkomt ze dat ze zich verveelt en het geeft haar de kans om al doende te leren. Vaak valt dit ook nog eens goed te combineren met een studie. Haar tip: “neem steeds nét een trapje te hoog, dat is heerlijk”. Ze gebruikt de autonomie in haar huidige baan om hard te werken, mooie, vernieuwende, vaak onverwachte dingen te doen en te zorgen dat die het juiste platform krijgen, zodat ook anderen daar enorm van genieten. Over haar werk / carrière denkt ze steeds vooruit en vraagt zich af “wat heb ik straks nodig?”. Daar werkt ze vervolgens naartoe. Een tweede concrete tip: analyseer goed en eerlijk hoe je in elkaar zit en waar jij tot je recht zou komen. Maak dan een plan de campagne en voer het uit om er te komen.

Eva geeft aan dat ze scherper en beter functioneert als ze uit haar comfortzone mag komen. In haar werk binnen de advocatuur heeft ze steeds met nieuwe vragen en thema’s te maken. Die afwisseling ervaart ze als de leukste kant van haar werk. Tevens leidt dit tot een dilemma: “Ik wil graag de afwisseling en uitdaging van nieuw werk, anders zou ik me vervelen, maar ik word er ook onzeker van. Ik wil graag aan de verwachtingen van anderen voldoen”. Dat dilemma lost Eva op door geregeld te reflecteren op wat er redelijkerwijs verwacht mag worden en hierover te praten met haar baas en collega’s.

“Pak werk op dat buiten je comfortzone ligt”

Chris vertelt dat hij, ondanks zijn wens naar nieuwe dingen, verandering en uitdaging, niet zo goed uitdagende projecten durft op te pakken. Hij zegt dan last te hebben van faalangst. Wat hem in zo’n situatie helpt is om in het diepe gegooid te worden. Het is fijn als zijn leidinggevende hem het zetje en het vertrouwen geeft om de klus kan klaren.

Doe meerdere dingen tegelijkertijd

Het gebeurt regelmatig dat Puff zich verveelt op zijn werk. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Soms moet hij wachten op een systeem update of op werk van collega’s. Hij lost dit op door tijdens de wachturen zijn kennis te verbreden. Zo zoekt hij dan informatie op over nieuwe applicaties of installeert een compleet CRM systeem voor een goede vriendin. De tip van Puff is om als HB-er uit te zoeken wat je écht graag wilt en waar je je HB-energie in kwijt kan. Zorg dat je activiteiten doet waar je mentaal wordt geprikkeld of uitgedaagd. Voor Puff is dat de ICT. Hij haalt daar veel plezier en energie uit en het geeft hem de kans om steeds nieuwe dingen te ontdekken.

“Zoek taken waarin je je HB-energie kwijt kunt”

Kim beschrijft zichzelf als een snelle processor die daarbij snel kan schakelen. Ze analyseert zaken bijzonder vlot, heeft snel een overzicht van de situatie en kan deze op meerdere niveaus doorzien. Daarbij kan ze snel schakelen tussen de verschillende niveaus. Ze wordt niet snel moe van veel informatie of werk tegelijk, maar vindt dit juist leuk. Een quote: “ik ben op mijn best tijdens de inwerkperiode”. In haar werk zorgt ze ervoor dat ze veel verschillende taken te doen heeft en met veel verschillende mensen te maken heeft. Daarmee creëert ze haar schaakborden.

Zoek mensen die je uitdagen

Wendy zoekt haar uitdaging in het contact met andere HB-ers. Dat vervult haar behoefte “om ook af en toe op het racecircuit te kunnen rijden in plaats van in de tweede versnelling”.

“Zoek actief naar collega’s om mee op het racecircuit te rijden in plaats van in de tweede versnelling”

Ook John vindt het prettig om met gelijkgestemden zonder enige terughoudendheid en terugschakelen te kunnen praten. Hij vraagt zich regelmatig af hoe dingen zitten en wil dan sparren met iemand aan wie hij zich kan optrekken. Hij zoekt daar actief naar. Een concreet voorbeeld is zijn interesse in de kwantummechanica. Met de weinige en juiste mensen die daar verstand van hebben gaat hij graag de diepte in.

Ook Kim zoekt mensen op met wie ze de inhoud kan ingaan, zoals op dit moment een hoogleraar. Ze heeft inmiddels genoeg van het wachten (tot de rest het ook begrepen heeft) en heeft behoefte aan mensen die haar inspireren, aan sparringpartners op niveau. Die vindt zij in de academische wereld en daar geniet ze enorm van.

In zijn werk zoekt John naar collega’s die hem van tijd tot tijd met scherpe vragen aan de tand voelen. Hij vindt het lastig dat hij niet vaak kritisch wordt bevraagd. Meestal heeft hij de juiste argumenten om anderen te overtuigen. Hij spoort collega’s, teamleden en anderen actief aan om te schieten op zijn ideeën en hij beloont/ bedankt ze als ze dat doen.

Omgaan met verveling op school

Veel HB-ers die wij hebben geïnterviewd hebben tijdens hun schooltijd te maken gehad met verveling en onvoldoende uitdaging. Zij hebben veelal in hun jeugd al strategieën ontwikkeld om daarmee om te gaan, of helpen hun eigen hoogbegaafde kinderen met het ontwikkelen van effectieve manieren om met verveling om te gaan.

Pieter vertelt dat hij zich op school “altijd te pletter” verveelde en te boek stond als een “klojo, een leerling from hell”. Hij werd veel geschorst. Nadat bij zijn zoon, die in groep 2 al vloeiend kon lezen, een extreem hoog IQ en hoogbegaafdheid werden geconstateerd begreep hij meer van de frustratie en hobbels in zijn eigen jeugd.

John vertelt een vergelijkbaar verhaal. Hij is opgegroeid in een arbeidersgezin waar werken de moraal was. Inspanning werd meer beloond dan resultaat. De HAVO stond gelijk aan studeren.  De omgeving had weinig oog en begrip voor zijn slimheid en recalcitrante gedrag. Aan zijn schooltijd heeft John dan ook niet veel lol beleefd. Daarbuiten vermaakte hij zich prima. Zijn middelbare schooltijd heeft hij voor meer dan de helft niet meegemaakt. Hij spijbelde veelvuldig. Als hij in februari de klas betrad vroegen de meeste klasgenoten zich af wie de nieuwe leerling was.

Willem vertelt dat hij iedere schooldag heeft betreurd. Hij had een enorme hekel aan school. Vreemd, want hij was ontzettend leergierig en is dat ook altijd gebleven. Maar school was ballast, zonde van zijn tijd. Als hij (zijn) kinderen naar school ziet gaan krijgt hij nog steeds een beetje buikpijn. Willem beschouwt zichzelf als grotendeels autodidact en heeft “ondanks school toch nog best veel geleerd”. Hij leert graag maar heeft veel moeite met iemand die tegen hem zegt: “We gaan nu dit en dit leren.” Als kind liepen zijn interesses nog wel eens uit de pas met die van zijn vrienden. Hij kende de encyclopedie zo ongeveer uit zijn hoofd en vond één keer in de week voetballen op straat wel genoeg. Zijn moeder moest hem echt aansporen om buiten te spelen. In de zomer móest hij naar het zwembad “verschrikkelijk, zo’n stinkende chloorbak met de hele dag gekrijs”.

“Ik heb ondanks school toch nog best veel geleerd”

Als kleuter kon Frans al rekenen en lezen, en ook in latere klassen liep hij ver voor op klasgenootjes. Op de Jenaplan school benutte hij dit door de jongere kinderen zaken uit te leggen. Frans vond dit leuk en was hier goed in. Zowel op school als thuis voelde hij zich echter regelmatig onbegrepen. Zaken die leeftijdsgenoten bezig hielden stonden ver van hem af.

Eva was op de basisschool heel netjes maar thuis een driftkop. Ze geeft aan dat dat met verveling te maken had. Ze werd niet uitgedaagd. Haar ouders hebben altijd wel geweten dat ze hoogbegaafd is, maar zich daar verder niet in verdiept. Ze hebben Eva naar eer en geweten ondersteund, door haar aan verschillende clubactiviteiten te laten deelnemen, zoals muziekles, hockey en dansen. Ze heeft altijd een normaal sociaal leven gehad met veel vrienden.

Kim vond een manier om haar schooltijd goed door te komen. Haar motto: “ik hoef nergens de beste in te worden en kan me lekker in de breedte ontwikkelen”. Resultaat: een prima schooltijd met gezellig sociaal leven. Ze verveelde zich niet, maar ervoer het als normaal dat naar school  gaan betekende “wachten tot de les klaar was, koffie halen of de bibliotheek uitlezen” … Voor haar ging dit van nature, ze voelde er geen woede over.

 

Gebruik je snelle informatieverwerking effectief

Een onderdeel van het werk van Puff in de IT is om scenario’s door te rekenen. Puff kan dit door zijn uitzonderlijk snelle informatieverwerking in ongekend hoog tempo. Hij heeft lang gedacht dat dit “gewoon” was maar heeft inmiddels door dat hij buitengewoon snel denkt. Dit talent benut hij in zijn werk maximaal, bij voorbeeld door veel verschillende dingen tegelijk te doen. Terwijl de ene applicatie nog aan het rekenen of updaten is gaat Puff dan al verder met een ander programma. Andere collega’s zouden wachten tot de update klaar is. Puff vindt het heerlijk om in zijn werk snel te schakelen tussen taken.

Kim noemt dit vermogen ook wel ‘schaken op meerdere borden tegelijk’. Ze beschrijft zichzelf als een processor die snel kan schakelen. Ze analyseert zaken bijzonder vlot, heeft snel overzicht van de situatie en kan deze op meerdere niveaus doorzien. Daarbij kan ze snel schakelen tussen de verschillende niveaus. Ze wordt niet snel moe van veel nieuwe informatie of werk tegelijk, maar vindt dit juist leuk: “ik ben op mijn best tijdens de inwerkperiode”. In haar werk zorgt ze ervoor dat ze veel verschillende taken te doen heeft en met veel verschillende mensen te maken heeft. Daarmee creëert ze haar schaakborden.

Enkele grote bedrijven maken gebruik van initiatieven om innovatieve oplossingen te bedenken voor uitdagende projecten, de zogeheten denktanks. Deze bedrijven (h)erkennen het ‘anders zijn’ van hoogbegaafden, en bieden de kans om na te denken en hun creativiteit te benutten.

“Zet je snelle informatieverwerking en schakelvermogen zoveel mogelijk in”

Vertrouw op je buikgevoel – integriteit voorop!

Als hoogbegaafde hecht je veel waarde aan integriteit en eerlijkheid. Intuïtief weet je vaak snel of iets Oké is, of dat er een luchtje aan zit.

Kim vertelt dat ze heel sensitief is. Ze noemt “niet-pluis” situaties als voorbeeld maar ook het feit dat ze aanvoelt wanneer mensen zijn aangehaakt als ze iets vertelt. Ze vertrouwt sterk op dit gevoel. Het bepaalt de keuzes in haar handelen. Ze heeft er last van als mensen niet oprecht het beste voor hebben met ‘de goede zaak’. Bijvoorbeeld een bestuurder die een ‘verhaal verkoopt’ dat niet uit het hart komt. Dat heeft ze meteen in de gaten, ze prikt er doorheen. Veel liever ziet ze iemand die vol overtuiging het verkeerde verhaal verkoopt. Wat haar helpt is ‘goede zaakjes’ doen die binnen haar invloedssfeer vallen. Binnen een hiërarchisch systeem gaat ze op zoek naar plekken waar ze invloed heeft. Ze zoekt mensen bij wie ze zich goed voelt en die ze vertrouwt. Die mensen moeten integer zijn, besluitvaardig en zorgvuldig in de breedte analyseren (voor zover dat binnen hun functie past).

Doe ‘goede zaken’ binnen jouw invloedssfeer

In de bankwereld gebeurt het John wel eens dat hij wordt gevraagd dingen te doen die botsten met zijn gevoel van integriteit. Zijn oplossing is om alleen dingen te doen waar hij echt achter staat. Hij doet geen dingen waar hij niet achter staat. Hij gaat niet mee in werk dat zijn integriteitsgevoel aantast. Hij kan dat omdat hij krediet heeft opgebouwd bij zijn werkgever en geen angst heeft om ontslagen te worden. Daarnaast vertrouwt hij op de ervaring dat zijn gevoel voor integriteit hem altijd nog op het goede pad heeft gezet. Ook vindt hij het belangrijk om niet te handelen vanuit angst. In zijn werk heeft hij er bewust voor gekozen om te groeien tot aan een bepaald managementniveau, daarboven wordt het te politiek en dat past niet bij zijn normen en waarden. John geeft bij zijn manager duidelijk aan als hij niet op zijn plek zit en vraagt dan om een andere plek of takenpakket binnen de organisatie.

Oefen in geduld

Een lastige opgave wellicht, maar zeer effectief als je aansluiting wilt vinden bij de mensen met wie je te maken hebt 😉

Kim gaat steevast te hard voor anderen. Ze heeft met vallen en opstaan geleerd om geduld op te brengen en een onderzoekende houding aan te nemen. Voor haar helt het om met een wetenschappelijke blik te kijken naar de situatie. Ze gebruikt specifiek systeem-, organisatie- en managementtheorieën  om te kunnen doorgronden waarom de rest nog niet zover is als zij. Vervolgens bepaalt ze welke tussenstappen haar kunnen helpen om weer met de rest op een lijn te komen.

Wendy sluit zich hierbij aan en zegt heel concreet: Je kan niet verwachten dat anderen naar jou toekomen als ze je niet snappen. Je zult zelf naar hen toe moeten gaan en de aansluiting moeten zoeken. Vervolgens kan je ze dan meenemen naar jouw niveau”.

Probeer anderen te inspireren zonder ze te intimideren.

Anna vertelt dat zij, doordat zij moest samenwerken met mensen die langzamer waren, heeft geleerd om zichzelf in te houden. Ze vindt het daarbij wel belangrijk om niet door te slaan en haar eigen inbreng geheel ondergeschikt te maken aan die van andere mensen. Een concreet voorbeeld uit haar leven: Na drie jaar werken kwam ze terecht op een nieuwe afdeling binnen het bedrijf waar ze werkt. Daar kreeg ze uiteraard te maken met een nieuwe manager, die tegen haar zei: “je moet die Spaanse furie wat temmen, de mannen zijn bang voor je aan de vergadertafel”. Haar reactie als jonge vrouw was om te besluiten zich meer gedienstig opstellen, maar zij raadt ander mensen inmiddels aan dat het beter is een middenweg te zoeken tussen inhouden en uiten. “Het is de kunst om een uitingsvorm te vinden voor je eigen passie en intensiteit. Lukt dat, dan werkt dat in je voordeel. Bevlogenheid wordt toch ook steeds meer gewaardeerd binnen bedrijven? Dat sluit hier prachtig bij aan!”