Check vooraf het gewenste eindresultaat

Het kan goed zijn dat jouw beeld van het eindresultaat, het werk dat wordt gevraagd of de projectuitkomst, complexer en veelomvattender is dan dat feitelijk zo is. Soms zijn je collega’s al tevreden terwijl jij voor je gevoel slechts de helft hebt geleverd van wat je eigenlijk wil leveren. Het helpt dan om vooraf samen te bespreken hoe het resultaat eruit moet komen te zien. Wanneer is het werk af?

Wendy doet dit door te luisteren naar haar omgeving en een 10-puntsschaal te gebruiken. Zij levert werk af dat voor haar gevoel een ‘5’ scoort, maar door anderen met een 10 wordt gewaardeerd. Het zorgt ervoor dat ze met geringe inspanning al genoeg kan bijdragen. Daarnaast heeft ze ontdekt dat collega’s alleen de schaal 1-10 kennen en niet weten dat er daarbuiten ook meer is. Ze voegt toe dat ze het werk zelf pas interessant vindt worden vanaf de 11. Pieter omschrijft dit als: “De wereld is vol middelmatigheid, dat is de norm: ik ben niet meer teleurgesteld als ik daarop stuit. Het maakt het voor mij veel gemakkelijker en meer ontspannen om wat toe te voegen”.

“Met een klein beetje inzet kan ik vaak al een waardevolle bijdrage leveren, dat geeft me voldoening”.

Als Willem moet presteren op het maximum van zijn kunnen, raakt de perfectionist in hem in paniek. Hij vreest dan dat zijn resultaten de toets der kritiek niet zullen doorstaan. Dat maakt hem onzeker, met als resultaat dat er  niks meer uit zijn handen komt. Daarom kiest hij ervoor om, naar zijn maatstaven, op 70% van zijn kunnen te presteren. In sporttermen is dat het inspanningsniveau waarmee je tijdens het sporten nog een gesprek met een medesporter kan voeren. In zijn werk is dit het niveau dat feitelijk van hem verlangd wordt.

Voor Willem helpt het ook om zich te realiseren dat werk slechts werk is. Het werk moet wel zijn plaats weten in zijn leven. Dat geldt ook voor Wendy en Pieter. Zij gebruiken een deel van hun energie en tijd om andere dingen te doen waar ze ook plezier aan beleven. Frans zegt: “Het is belangrijk om “formeel” te voldoen aan eisen of verwachtingen en ondertussen maximaal plezier en vrijheid te ervaren in het vinden van een manier (zowel in de innerlijke houding als in de uiterlijke uiting) die past bij jezelf”.

Kies werk met een hoge mate van complexiteit

Anna vond werk waarin ze ze haar uitzonderlijke informatieverwerkingscapaciteiten kon inzetten. Door de hoge mate van complexiteit in haar werk(omgeving) heeft zij jaren met plezier gewerkt . In haar eerste baan na haar studie viel veel nieuws te leren in de complexe technische projecten waar zij werd ingezet. Na haar overstap naar een groot telecombedrijf kwam Anna terecht in procesmanagement waar zij bedrijfsprocessen in kaart bracht. Hierbij kon zij haar talent inzetten om een complexe omgeving eenvoudig weer te geven.

John en Pieter hebben ook gezorgd voor werk met veel complexiteit. Beide managen grote, langdurige en ingewikkelde projecten, soms op heel verschillende inhoudsgebieden.

“In een hoog complexe omgeving kunnen je HB-kwaliteiten floreren”

Omgaan met verveling op school

Veel HB-ers die wij hebben geïnterviewd hebben tijdens hun schooltijd te maken gehad met verveling en onvoldoende uitdaging. Zij hebben veelal in hun jeugd al strategieën ontwikkeld om daarmee om te gaan, of helpen hun eigen hoogbegaafde kinderen met het ontwikkelen van effectieve manieren om met verveling om te gaan.

Pieter vertelt dat hij zich op school “altijd te pletter” verveelde en te boek stond als een “klojo, een leerling from hell”. Hij werd veel geschorst. Nadat bij zijn zoon, die in groep 2 al vloeiend kon lezen, een extreem hoog IQ en hoogbegaafdheid werden geconstateerd begreep hij meer van de frustratie en hobbels in zijn eigen jeugd.

John vertelt een vergelijkbaar verhaal. Hij is opgegroeid in een arbeidersgezin waar werken de moraal was. Inspanning werd meer beloond dan resultaat. De HAVO stond gelijk aan studeren.  De omgeving had weinig oog en begrip voor zijn slimheid en recalcitrante gedrag. Aan zijn schooltijd heeft John dan ook niet veel lol beleefd. Daarbuiten vermaakte hij zich prima. Zijn middelbare schooltijd heeft hij voor meer dan de helft niet meegemaakt. Hij spijbelde veelvuldig. Als hij in februari de klas betrad vroegen de meeste klasgenoten zich af wie de nieuwe leerling was.

Willem vertelt dat hij iedere schooldag heeft betreurd. Hij had een enorme hekel aan school. Vreemd, want hij was ontzettend leergierig en is dat ook altijd gebleven. Maar school was ballast, zonde van zijn tijd. Als hij (zijn) kinderen naar school ziet gaan krijgt hij nog steeds een beetje buikpijn. Willem beschouwt zichzelf als grotendeels autodidact en heeft “ondanks school toch nog best veel geleerd”. Hij leert graag maar heeft veel moeite met iemand die tegen hem zegt: “We gaan nu dit en dit leren.” Als kind liepen zijn interesses nog wel eens uit de pas met die van zijn vrienden. Hij kende de encyclopedie zo ongeveer uit zijn hoofd en vond één keer in de week voetballen op straat wel genoeg. Zijn moeder moest hem echt aansporen om buiten te spelen. In de zomer móest hij naar het zwembad “verschrikkelijk, zo’n stinkende chloorbak met de hele dag gekrijs”.

“Ik heb ondanks school toch nog best veel geleerd”

Als kleuter kon Frans al rekenen en lezen, en ook in latere klassen liep hij ver voor op klasgenootjes. Op de Jenaplan school benutte hij dit door de jongere kinderen zaken uit te leggen. Frans vond dit leuk en was hier goed in. Zowel op school als thuis voelde hij zich echter regelmatig onbegrepen. Zaken die leeftijdsgenoten bezig hielden stonden ver van hem af.

Eva was op de basisschool heel netjes maar thuis een driftkop. Ze geeft aan dat dat met verveling te maken had. Ze werd niet uitgedaagd. Haar ouders hebben altijd wel geweten dat ze hoogbegaafd is, maar zich daar verder niet in verdiept. Ze hebben Eva naar eer en geweten ondersteund, door haar aan verschillende clubactiviteiten te laten deelnemen, zoals muziekles, hockey en dansen. Ze heeft altijd een normaal sociaal leven gehad met veel vrienden.

Kim vond een manier om haar schooltijd goed door te komen. Haar motto: “ik hoef nergens de beste in te worden en kan me lekker in de breedte ontwikkelen”. Resultaat: een prima schooltijd met gezellig sociaal leven. Ze verveelde zich niet, maar ervoer het als normaal dat naar school  gaan betekende “wachten tot de les klaar was, koffie halen of de bibliotheek uitlezen” … Voor haar ging dit van nature, ze voelde er geen woede over.

 

Richt je loopbaan in op “anders zijn”

Pas toen bij zijn zoon hoogbegaafdheid werd geconstateerd kon Pieter veel gebeurtenissen in zijn eigen schooltijd en loopbaan plaatsen. Hij noemt het (h)erkennen van zijn eigen hoogbegaafdheid echt een eye-opener. Op school verveelde hij zich “altijd te pletter” en stond te boek als een “klojo, een leerling from hell”. Hij werd veel geschorst. Nadat in 2012 bij zijn zoon, die in groep 2 al vloeiend kon lezen, een extreem hoog IQ en hoogbegaafdheid werd geconstateerd begreep hij meer van de frustraties en hobbels van zijn eigen jeugd.

In zijn zoektocht naar een omgeving waarin hij als hoogbegaafde goed kon gedijen was  het voor  Pieter  essentieel om zijn “anders zijn” te accepteren. Hij had bijvoorbeeld gemerkt dat het voor hem moeilijk is om onder een baas te werken. Door ontslag, conflicten en persoonlijke redenen was hij in tien jaar acht keer van baan gewisseld. Na een fikse burnout is hij actief en met kleine stapjes aan de slag gegaan met zijn persoonlijke ontwikkeling waarin hij ook beter heeft leren omgaan met zijn hoogbegaafdheid. Hij besefte dat hij  zijn loopbaan- en levenskeuzes moest aanpassen op zijn HB eigenschappen. Collega’s hadden al vaker gezegd dat zij hem beter vonden passen in een werkomgeving met hoger opgeleiden. Na de uitslag van de hoogbegaafdheidstest is hij gaan zoeken naar een omgeving waarin hij als hoogbegaafde goed kon gedijen. Die heeft hij nu gevonden.

“(H)erken en verzilver je specifieke HB-kwaliteiten en -gevoeligheden”

Drie jaar geleden kwam Pieter zijn huidige collega tegen die hem op basis van een persoonlijke klik betrok bij een startup in sigma screening.  Hij had geen enkele achtergrond op dit gebied, maar raakte al snel gefascineerd door de hoge mate van complexiteit, afwisseling en autonomie en de innovatieve toepassingen die een enorme verbetering van de kwaliteit van het leven van mensen betekenen.

Louise is opgegroeid in een wetenschapsmilieu. Haar vader was hoogleraar. Dat gaf haar de kans al vroeg op de universiteit rond te lopen en zich vertrouwd te maken met kritisch analytisch denken. Tijdens haar schooltijd voelde zij zich vaak een vreemde eend. Ze werd een decennium lang gepest, worstelde met existentiële schaamte en een enorme leerhonger. Al van jongs af aan had Louise een fascinatie gehad voor de (ervaringswereld van de) mens. Een complex thema dat haar in aanraking bracht met gestalttherapie.

Louise legt uit dat er een wezenlijk verschil is tussen HB en niet-HB: “ik denk in akkoorden, leg snel verbanden in een hoge mate van complexiteit. Gestalt-therapie heeft die complexiteit, doet daar een appèl op, daar schakel je de hele tijd.” Als gestalttherapeut kan zij haar specifieke HB-talenten en gevoeligheden verzilveren, zoals het werken met een hoge mate van complexiteit, snel op kunnen merken en schakelen, en zien wat er op verschillende niveaus gebeurt.

Ondernemerschap als weg

Louise merkte al snel dat zij beter haar eigen weg kon gaan dan voor een bedrijf te gaan werken. Al tijdens haar stage merkte zij hoe zij in hiërarchieën functioneert. Zij merkte dat zij niet onder een baas kon en wilde werken, vooral niet als die autoriteit geen fundament lijkt te hebben. Zij bedacht: “Laat ik mezelf en anderen de ellende besparen. Ondernemerschap is de enige kant die ik op kan”. Haar doorzettingsvermogen, specialisatie, creativiteit en een bepaalde nuchterheid (“gewoon gaan doen”) maakten dat haar ondernemerschap al direct succesvol was.  Cruciaal element is dat zij zichzelf toestaat echt haar eigen pad te gaan en niet binnen de kaders te blijven: “Ik ga gewoon een beroep uitvinden als dat nog niet bestaat. Je moet jezelf ruimte gunnen om even niet in de pas te lopen. Ik heb altijd veel dingen naast elkaar gedaan. Ik loop mijn pad. Ik doe al wat ik wil doen. Ik doe het echt vanuit mezelf.”

“Ik ga gewoon een beroep uitvinden als dat nog niet bestaat. Je moet jezelf ruimte gunnen om even niet in de pas te lopen”

Als zelfstandige gebruikt Pieter het gegeven dat hij als hoogbegaafde in korte tijd heel veel kan doen. Deze kwaliteit zet hij in om dingen voor elkaar te krijgen en een eigen dagindeling te hanteren. Als zelfstandig ondernemer kan hij grotendeels zelf bepalen hoe en wanneer hij werkt. Hij past zijn werkvoorraad aan op hoe hij zich voelt.  In het plannen en uitvoeren van zijn werk hanteert hij zijn eigen strategie: eerst doen waar zijn hoofd naar staat en erop vertrouwen dat hetgeen dat moet, wel komt.

Zorg voor optimale afwisseling

In zijn vorige banen heeft Pieter te maken gehad met verveling in het werk, hoewel dat niet als zodanig herkende en definieerde. Hoewel hij zelf bezig was met hoe mensen volgens standaarden werken in fabrieken zou hij dat werk zelf nooit kunnen doen. Inmiddels heeft hij geaccepteerd dat hij geen saaie dingen moet doen.  Hij zoekt afwisseling en ontwikkeling op in het werk. Nu zoekt hij optimale afwisseling op in het werk: ’s ochtends houdt hij zich bijvoorbeeld bezig met nanotechnologie, en ’s middags doet hij dan iets totaal anders .

“Zoek een mate van afwisseling en ontwikkeling die bij jou past”

Willem beschrijft een andere manier om de optimale afwisseling in het werk te zoeken: “HB en hoog sensitief gaan vaak hand in hand, zo ook bij mij.  Ik ken nog wel een paar van dit soort hoogbegaafden. Binnen mijn huidige beroepsgroep, de beveiliging, ben ik er meer tegengekomen. Zij houden van de stilte van de nachtdienst, schrijven boeken of gedichten en je zult ze nooit op de koopavond in de stad of op Sensation White tegenkomen. Om de reeks hobbels compleet te maken, moet ik toch ook nog even melding maken van een lichte vorm van ADD. Ik moet mijn leven inrichten rond deze hobbels. Om gelukkig te zijn en inzetbaar te blijven, houd ik het daarom graag zo rustig, ontspannen en overzichtelijk als mogelijk. Een HB-er bij Mensa vergeleek zijn hoogbegaafdheid een keer met het hebben van een Ferrari-motor in je auto. Nou, mijn Ferrari rijdt het liefst op de rechterbaan.”

Zoek de goudklompjes om je heen

Een helpende overtuiging om je te verhouden tot middelmatigheid is het zoeken van goudklompjes om je heen. We bedoelen daarmee, beseffen dat andere mensen waardevol en nodig zijn, bijvoorbeeld voor het uitvoeren van meer routinematige klussen.

Anna  stelt concreet. “Om goed samen te werken en doelen te bereiken heb je allerlei soorten mensen en inbreng nodig, niet alleen jezelf”.

Pieter heeft geleerd om de kwaliteiten van anderen te waarderen, in plaats van zich te storen aan de fouten die ze maken. Een voorbeeld hiervan is een collega die hij omschrijft als “een warhoofd, een prutser”. Deze collega volgt een geheel andere aanpak dan hij zelf zou kiezen. Toch weet hij zijn inbreng te waarderen, luistert hij naar deze collega en kijkt hij naar diens kwaliteiten. Pieter heeft geleerd om te accepteren dat de wereld vol middelmatigheid zit, en vindt het fascinerend hoe mensen dan toch dingen voor elkaar kunnen krijgen: “Ik lach erom. Ik zeg de dingen wat voorzichtiger tegenwoordig en begrijp dat er ook andere belangen spelen. Ik ben milder geworden. De wereld is vol middelmatigheid, dat is de norm: ik probeer niet meer teleurgesteld te zijn als ik daarop stuit. Dat heeft met verwachtingen te maken. Ik verwacht minder van mensen om me heen, en heb respect voor wat ze doen en allemaal voor elkaar krijgen (met hun beperking)”.

Er zijn overal om je heen leuke mensen die iets specifieks heel goed kunnen. Daar blinken zij in uit. Dat is het goudklompje.

Frans gebruikt een andere strategie om goudklompjes te zoeken en ontdekken. Hij heeft geleerd om mensen te zoeken die goed zijn in iets specifieks. Mensen die op één gebied een vorm van begaafdheid hebben ontwikkeld. Zo noemt hij het voorbeeld van een weefster die een unieke, prachtig vormgegeven theedoek heeft ontwikkeld en die hem inspireert. Frans heeft geleerd om goed om zich heen te kijken. Er zijn overal om je heen leuke mensen, onafhankelijk van hun functie. Dat kan de postbode zijn of de cafébaas. Zoek ze op en verbind je met ze. Dat is zijn advies.

Verwonder je over de mensen om je heen

Leef jij ook in een omgeving waarin mensen regelmatig “ontzettend domme dingen doen”?

Pieter wel, hij zegt: “De wereld is vol middelmatigheid”. Maar hij heeft zich in de loop van de jaren anders leren verhouden tot die middelmatigheid: “Ik ben veel meer gaan luisteren. Ik kwam erachter dat ik geen respect had voor andere mensen, en dat vond ik eigenlijk heel stom. Wat me helpt? Ik observeer meer. En in plaats van boos te worden verwonder ik me meer”.

John schreef vroeger wel eens de oplossing op een afgedekt flipover-vel als zijn collega’s die nog niet wilden horen. Vervolgens liet hij de collega’s gewoon doorvergaderen. Aan het eind trok hij de flipover tevoorschijn en vroeg hij bevestiging. “Klopt dit toevallig met het resultaat dat jullie nu hebben bedacht? ” Resultaat: frustratie bij alle betrokkenen.

John is door deze ervaringen gevoelig geworden voor signalen die er op duiden dat hij even terug moet schakelen. Wat hem hierbij helpt is het besef dat er ook mensen zijn die hij zelf niet kan bijhouden. Hij beseft heel duidelijk dat hij zich moet inspannen om met andere mensen om te gaan. Niet andersom! Zijn sterke zelfreflecterend vermogen helpt hem hierbij. Het werkt voor hem om te beseffen dat hij met de ‘beperkingen’ van anderen moet leren omgaan.

Bovenstaande bewustwording kan je beschouwen als een paradigma shift. Het is effectief om je te realiseren dat je op een of andere manier met de ‘beperkingen’ van anderen moet omgaan …

Ellen ziet deze shift regelmatig optreden bij de HB-ers die zij begeleidt. Zij ziet dat het hoogbegaafde werknemers helpt om om niet zichzelf als norm te nemen, maar om concessies te doen richting de norm van anderen. Zij noemt dit vooral een proces van bewustwording van het feit dat ze moeten terugschakelen om aansluiting te blijven vinden. Ze noemt daarbij dat er wel grenzen zijn aan de mate van aanpassing. Je moet als hoogbegaafde bereid zijn om je aan te passen en flexibel op te stellen, maar wel bewust en zonder jezelf te verloochenen.

 

Erken je hoogbegaafdheid

Volgens Ellen is bewustwording daarbij een belangrijke sleutel. Binnen de bank waar zij werkt, leert ze young professionals om ‘bewust HB’ te zijn en de kwaliteiten te omarmen. Zij ziet dat werknemers die hun HB erkennen op het werk beter gedijen en hun talenten kunnen benutten. Een young professional programma  kan volgens Ellen enorm helpen de talenten te ontdekken en vervolgens optimaal in te (leren) zetten.

Eva is zo’n bewuste young professional. Zij geeft het erkennen vorm door heel bewust eerlijk te zijn tegen zich zelf. Concreet doet ze dat door te vertrouwen op de momenten dat zij opvalt door de indruk die ze wekt. Andere mensen zeggen regelmatig tegen haar dat ze een slimme indruk wekt, zelfs als ze alleen maar aanwezig is en niet eens veel zegt. Ze wordt er vaak uitgepikt als “veelbelovend”. Door deze ervaringen vertrouwt ze er inmiddels op dat ze deze indruk (veel potentie hebben, slim zijn) achterlaat. Ze realiseert zich dat ze de dimensie slim zijn niet kan thuislaten. Het hoort nu eenmaal bij haar hoogbegaafdheid.

De uitdaging? Jezelf leren zien zonder jezelf af te wijzen!

Louise, John en Pieter benadrukken dat het voor HB-ers belangrijk is om na het proces van ontdekken, erkennen en zelfacceptatie voorbij het slachtofferschap te komen. Hoe je dat kan doen komt in de volgende berichten aan bod!

 

 

Pieter

Pieter werkt als consultant voor een innovatieve start-up. Hij heeft humor en kijkt vol verwondering en met respect naar de wereld om hem heen.

“Ik verwacht tegenwoordig minder van mensen om me heen en heb respect voor wat ze doen en allemaal voor elkaar krijgen (met hun beperking)”.