Lach samen om jouw eigenaardigheden

Willem ervaart dat het vaak vanwege zijn eigenaardigheden is wanneer hij en zijn collega’s elkaar even niet begrijpen. Hij is daarom als het om iets heel belangrijks gaat heel geduldig in het uitleggen van zijn punt. Met zijn collega’s heldert hij de verwarring op door de situatie met een flinke dosis humor tegemoet te treden.

“Een beetje om je eigenaardigheden kunnen lachen vind ik erg belangrijk.”

Zoek naar helpende overtuigingen – weet waarom je je werk wil volhouden

Verschillende hoogbegaafden vertelden ons dat ze werk heel praktisch zien: het is een middel om geld te verdienen. Er moet immers gegeten en gewoond worden. Ook vertelden ze dat ze niet al hun passie en energie perse zoeken in hun dagelijks werk, maar dat ze juist ook voldoening halen uit activiteiten buiten het werk. Deze hoogbegaafden vinden het fijn als hun werk niet al hun energie vraagt. Misschien helpt het jou om dat ook zo zien?

Anna heeft haar jeugd deels in Spanje doorgebracht. Na succesvolle afronding van haar studie psychologie (in Nederland) werkt ze nu ruim zestien jaar bij dezelfde werkgever. Door grote interne veranderingen binnen het bedrijf, alsook door zelf werkzaamheden te zoeken die haar inspireren en haar aan het hart gaan, is haar werk met wat ups en downs al die tijd uitdagend gebleven. Daarnaast heeft zij een gezin dat aandacht van haar vraagt. Anna zegt: “Mijn gezin heeft tijd en aandacht nodig en er moet brood op de plank komen. Zelf-actualisatie op het werk komt dan even op de tweede plaats”. Naast deze pragmatische insteek heeft ook het actief oppakken van eigen hobbels haar geholpen in volhouden, doorzetten en vormgeven in en van haar loopbaan.

“Werken hoeft niet altijd leuk te zijn maar de werkomgeving wel – en het werk moet wél interessant zijn (verveling is dodelijk – leidt tot bore-out).”

Willem staat hier hetzelfde in. Hij zegt: “Het is niet zo dat ik dagelijks met forse tegenzin naar mijn werk zou kunnen gaan, maar werk hoeft ook weer niet per se leuk te zijn”. Voor Willem is werk “slechts” werk. Hij vindt zijn werk OK en dat is mooi meegenomen. Hij vindt het belangrijk om regelmatig vast te stellen hoe erg “niet passend” de plek is en zich te realiseren dat er overal wel iets is dat niet past. Waarschijnlijk ben je daar zelf de oorzaak van. HB-ers zijn nogal eens de vierkante bout in een rond gat. Willem geeft aan dat het kan helpen om je best te doen om je werk alsnog passend maken, of je dat nu doet door jezelf aan te passen of door meer ruimte te creëren. Niet te gauw weglopen is zijn advies. Je onrust zal op een nieuwe plek in een mum van tijd weer terug zijn.

“Loop niet te snel weg, je onrust zal ergens anders snel weer terug komen. Sta soms even stil bij de vraag: waarom heb ik ook alweer voor deze baan gekozen?”

Tot slot zegt Puff dat het hem helpt om zich van tijd tot tijd te realiseren “waarom heb ik ook alweer voor deze baan gekozen?” In zijn geval was dat er bewust voor kiezen om heel dichtbij zijn werk te wonen. Hij heeft er een hekel aan om in volle treinen te zitten en zorgt er dus voor dat hij lopend of op de fiets naar zijn werk kan. Als het even minder lekker loopt op zijn werk dan helpt deze gedachte. Daarnaast betaalt het werk goed en vindt hij het werk inhoudelijk leuk. Ook belangrijke gedachten als het even tegenzit.

Denk aan hobbyprojecten tijdens verplichte bijeenkomsten

Verveel jij je vaak tijdens vergaderingen, bijvoorbeeld omdat je de oplossing voor het probleem dat wordt besproken allang weet? Probeer dan de tijd die je moet wachten eens op een effectieve manier te benutten.

John zegt dit als volgt te doen: “Ik heb mezelf aangeleerd om na te denken over andere hobby’s wanneer ik me in een vergadering of op een borrel verveel. Mijn hobby’s bestaan vaak uit ingewikkelde vraagstukken, dus er is altijd wel iets om over na te denken. Daarnaast ben ik er goed in om mensen te observeren, dat vind ik ook leuk. Zo kom ik de tijd wel door”. John voldoet op deze manier aan zijn sociale verplichting (hij is aanwezig) en gebruikt zijn tijd tevens op een voor hem prettige manier.

“Op de achtergrond heb ik altijd een paar hobby’s, zoals kwantum mechanica, draaien”.

Ook Willem en Eva gebruiken deze strategie. Willem zegt: “Ik mis het vermogen om me te vervelen. Er is in mijn hoofd altijd voldoende aan de hand om mee bezig te zijn. Ik vind een doodstille zondagnacht op mijn werk dan ook net zo oké als een drukke dagdienst”.

Eva moet in haar baan als advocaat af en toe als wingman van haar baas optreden en bij een sessie zitten. Ze stoort zich er regelmatig aan dat ze op die momenten niet de door haar gewenste ruimte krijgt. Het frustreert haar als ze slechts moet zitten en luisteren naar wat hij aan het vertellen is. Ze verliest dan haar scherpte en vindt dat ze geen waardevolle bijdrage  kan leveren. Dit lost ze op twee manieren op: “Soms maak ik in mijn hoofd alvast ander werk af, soms ga ik analyseren wat er gebeurt en me afvragen wat ik zelf zou doen in deze zaak. Ik vraag me dan bijvoorbeeld af: Wat zou ik wanneer zeggen?”

“Soms maak ik in mijn hoofd alvast ander werk af”.

Puff benut de  momenten dat hij moet wachten door zijn kennis te verbreden. Wanneer de computer een software update krijgt, of als collega’s nog bezig zijn met klussen af te ronden waarvan hij de uitkomst nodig heeft,  zoekt hij informatie over nieuwe applicaties of installeert hij een compleet CRM systeem voor een goede vriendin. Hij geeft aan dat het helpt om vooraf voor jezelf een lijstje te maken van dingen die je nog wil uitzoeken of uitvoeren. Als je dan even moet wachten pak je het lijstje erbij en kies je de taak waar je zin in hebt.

Check vooraf het gewenste eindresultaat

Het kan goed zijn dat jouw beeld van het eindresultaat, het werk dat wordt gevraagd of de projectuitkomst, complexer en veelomvattender is dan dat feitelijk zo is. Soms zijn je collega’s al tevreden terwijl jij voor je gevoel slechts de helft hebt geleverd van wat je eigenlijk wil leveren. Het helpt dan om vooraf samen te bespreken hoe het resultaat eruit moet komen te zien. Wanneer is het werk af?

Wendy doet dit door te luisteren naar haar omgeving en een 10-puntsschaal te gebruiken. Zij levert werk af dat voor haar gevoel een ‘5’ scoort, maar door anderen met een 10 wordt gewaardeerd. Het zorgt ervoor dat ze met geringe inspanning al genoeg kan bijdragen. Daarnaast heeft ze ontdekt dat collega’s alleen de schaal 1-10 kennen en niet weten dat er daarbuiten ook meer is. Ze voegt toe dat ze het werk zelf pas interessant vindt worden vanaf de 11. Pieter omschrijft dit als: “De wereld is vol middelmatigheid, dat is de norm: ik ben niet meer teleurgesteld als ik daarop stuit. Het maakt het voor mij veel gemakkelijker en meer ontspannen om wat toe te voegen”.

“Met een klein beetje inzet kan ik vaak al een waardevolle bijdrage leveren, dat geeft me voldoening”.

Als Willem moet presteren op het maximum van zijn kunnen, raakt de perfectionist in hem in paniek. Hij vreest dan dat zijn resultaten de toets der kritiek niet zullen doorstaan. Dat maakt hem onzeker, met als resultaat dat er  niks meer uit zijn handen komt. Daarom kiest hij ervoor om, naar zijn maatstaven, op 70% van zijn kunnen te presteren. In sporttermen is dat het inspanningsniveau waarmee je tijdens het sporten nog een gesprek met een medesporter kan voeren. In zijn werk is dit het niveau dat feitelijk van hem verlangd wordt.

Voor Willem helpt het ook om zich te realiseren dat werk slechts werk is. Het werk moet wel zijn plaats weten in zijn leven. Dat geldt ook voor Wendy en Pieter. Zij gebruiken een deel van hun energie en tijd om andere dingen te doen waar ze ook plezier aan beleven. Frans zegt: “Het is belangrijk om “formeel” te voldoen aan eisen of verwachtingen en ondertussen maximaal plezier en vrijheid te ervaren in het vinden van een manier (zowel in de innerlijke houding als in de uiterlijke uiting) die past bij jezelf”.

Wees eerlijk over je behoeften en verwachtingen

Willem geeft aan dat het belangrijk is om eerlijk te zijn over je capaciteiten, behoeften en verwachtingen: “Er lijken nogal wat dingen te moeten en het is maar de vraag of dat goed voor je is. Ik werk al 20 jaar  voor hetzelfde bedrijf. Dat mag je eigenlijk niet meer hardop zeggen, want je moet vooral niet langer dan een jaar of zes ergens blijven hangen. Vanaf jaar drie moet je toch echt al rond gaan bazuinen dat je uitdaging zoekt, mist, of wenst. Ik denk dat veel HB-ers de druk voelen om bij de vernieuwers te moeten willen horen, flitsend en snel te moeten excelleren, een managementfunctie te moeten ambiëren. Ik vrees dat dit een recept is voor flinke aantallen gefrustreerde hoogbegaafden en slechte managers.” Als jij een hoogbegaafde bent die de behoefte heeft om lang op eenzelfde plek te werken, bijvoorbeeld omdat dat rust geeft, doe dat dan vooral. Het geeft je de mogelijkheid je andere hobby’s en interesses met veel energie ernaast te kunnen doen.

“Onderscheid wat moet van jezelf van wat goed is voor jezelf”

Omgaan met verveling op school

Veel HB-ers die wij hebben geïnterviewd hebben tijdens hun schooltijd te maken gehad met verveling en onvoldoende uitdaging. Zij hebben veelal in hun jeugd al strategieën ontwikkeld om daarmee om te gaan, of helpen hun eigen hoogbegaafde kinderen met het ontwikkelen van effectieve manieren om met verveling om te gaan.

Pieter vertelt dat hij zich op school “altijd te pletter” verveelde en te boek stond als een “klojo, een leerling from hell”. Hij werd veel geschorst. Nadat bij zijn zoon, die in groep 2 al vloeiend kon lezen, een extreem hoog IQ en hoogbegaafdheid werden geconstateerd begreep hij meer van de frustratie en hobbels in zijn eigen jeugd.

John vertelt een vergelijkbaar verhaal. Hij is opgegroeid in een arbeidersgezin waar werken de moraal was. Inspanning werd meer beloond dan resultaat. De HAVO stond gelijk aan studeren.  De omgeving had weinig oog en begrip voor zijn slimheid en recalcitrante gedrag. Aan zijn schooltijd heeft John dan ook niet veel lol beleefd. Daarbuiten vermaakte hij zich prima. Zijn middelbare schooltijd heeft hij voor meer dan de helft niet meegemaakt. Hij spijbelde veelvuldig. Als hij in februari de klas betrad vroegen de meeste klasgenoten zich af wie de nieuwe leerling was.

Willem vertelt dat hij iedere schooldag heeft betreurd. Hij had een enorme hekel aan school. Vreemd, want hij was ontzettend leergierig en is dat ook altijd gebleven. Maar school was ballast, zonde van zijn tijd. Als hij (zijn) kinderen naar school ziet gaan krijgt hij nog steeds een beetje buikpijn. Willem beschouwt zichzelf als grotendeels autodidact en heeft “ondanks school toch nog best veel geleerd”. Hij leert graag maar heeft veel moeite met iemand die tegen hem zegt: “We gaan nu dit en dit leren.” Als kind liepen zijn interesses nog wel eens uit de pas met die van zijn vrienden. Hij kende de encyclopedie zo ongeveer uit zijn hoofd en vond één keer in de week voetballen op straat wel genoeg. Zijn moeder moest hem echt aansporen om buiten te spelen. In de zomer móest hij naar het zwembad “verschrikkelijk, zo’n stinkende chloorbak met de hele dag gekrijs”.

“Ik heb ondanks school toch nog best veel geleerd”

Als kleuter kon Frans al rekenen en lezen, en ook in latere klassen liep hij ver voor op klasgenootjes. Op de Jenaplan school benutte hij dit door de jongere kinderen zaken uit te leggen. Frans vond dit leuk en was hier goed in. Zowel op school als thuis voelde hij zich echter regelmatig onbegrepen. Zaken die leeftijdsgenoten bezig hielden stonden ver van hem af.

Eva was op de basisschool heel netjes maar thuis een driftkop. Ze geeft aan dat dat met verveling te maken had. Ze werd niet uitgedaagd. Haar ouders hebben altijd wel geweten dat ze hoogbegaafd is, maar zich daar verder niet in verdiept. Ze hebben Eva naar eer en geweten ondersteund, door haar aan verschillende clubactiviteiten te laten deelnemen, zoals muziekles, hockey en dansen. Ze heeft altijd een normaal sociaal leven gehad met veel vrienden.

Kim vond een manier om haar schooltijd goed door te komen. Haar motto: “ik hoef nergens de beste in te worden en kan me lekker in de breedte ontwikkelen”. Resultaat: een prima schooltijd met gezellig sociaal leven. Ze verveelde zich niet, maar ervoer het als normaal dat naar school  gaan betekende “wachten tot de les klaar was, koffie halen of de bibliotheek uitlezen” … Voor haar ging dit van nature, ze voelde er geen woede over.

 

Zorg voor optimale afwisseling

In zijn vorige banen heeft Pieter te maken gehad met verveling in het werk, hoewel dat niet als zodanig herkende en definieerde. Hoewel hij zelf bezig was met hoe mensen volgens standaarden werken in fabrieken zou hij dat werk zelf nooit kunnen doen. Inmiddels heeft hij geaccepteerd dat hij geen saaie dingen moet doen.  Hij zoekt afwisseling en ontwikkeling op in het werk. Nu zoekt hij optimale afwisseling op in het werk: ’s ochtends houdt hij zich bijvoorbeeld bezig met nanotechnologie, en ’s middags doet hij dan iets totaal anders .

“Zoek een mate van afwisseling en ontwikkeling die bij jou past”

Willem beschrijft een andere manier om de optimale afwisseling in het werk te zoeken: “HB en hoog sensitief gaan vaak hand in hand, zo ook bij mij.  Ik ken nog wel een paar van dit soort hoogbegaafden. Binnen mijn huidige beroepsgroep, de beveiliging, ben ik er meer tegengekomen. Zij houden van de stilte van de nachtdienst, schrijven boeken of gedichten en je zult ze nooit op de koopavond in de stad of op Sensation White tegenkomen. Om de reeks hobbels compleet te maken, moet ik toch ook nog even melding maken van een lichte vorm van ADD. Ik moet mijn leven inrichten rond deze hobbels. Om gelukkig te zijn en inzetbaar te blijven, houd ik het daarom graag zo rustig, ontspannen en overzichtelijk als mogelijk. Een HB-er bij Mensa vergeleek zijn hoogbegaafdheid een keer met het hebben van een Ferrari-motor in je auto. Nou, mijn Ferrari rijdt het liefst op de rechterbaan.”

Neem regie over je loopbaan

In het vormgeven van haar loopbaan heeft Wendy veel initiatief, daadkracht en doorzettingsvermogen getoond: “Ik ben als een wild paard geweest. Ik heb geroepen: geef mij een kans!” Via netwerkgesprekken kwam zij bij opleidingen en organisatieadvies terecht waar zij opleidingsadviseur werd. Deze omgeving is  stimulerend en steunend geweest en heeft haar de mogelijkheid geboden zich te ontwikkelen en in haar eigen kracht te komen.

Willem geeft aan dat het belangrijk is tijdig richting te geven aan je loopbaan en daarbij zelf initiatief te nemen. “In sommige gevallen betekent dat wegwezen voordat je blijvende schade oploopt of aanricht. In de andere gevallen, probeer vast te stellen hoe erg “niet passend” de plek is. Er is namelijk overal wel wat, dat niet past en waarschijnlijk ben je daar zelf de oorzaak van. HB-ers zijn nogal eens de vierkante bout in een rond gat. Doe je best om het alsnog passend maken, of je dat nu doet door aan te passen of door meer ruimte te creëren. Niet te gauw weglopen. Die onrust zal op de nieuwe plek in een mum van tijd weer terug zijn.”

“HB-ers zijn nogal eens de vierkante bout in een rond gat. Doe je best om het alsnog passend te maken”

Ellen geeft aan dat HB-ers zelf een belangrijke verantwoordelijkheid hebben om hun potentieel te benutten. Dat kan soms in werk, maar ook in combinatie met een hobby. Voor de werkgever is de belangrijkste vraag welke toegevoegde waarde de persoon levert binnen het bedrijf. Dat moet de werknemer duidelijk weten aan te geven.

Zoek mensen die jou waarderen en vertrouwen

Als hoogbegaafden ben je waarschijnlijk (nog meer dan andere mensen) wars van bazen die controlerend, sturend en directief zijn. Daar komt nog vaak een allergie voor bureaucratische regels en ‘verplichte bijeenkomsten’ bij. De kernvraag voor dit hoofdstuk is: Hoe zoek, vind (en behoud) ik een werkomgeving die past?

In haar baan als teamsecretaresse bij de Belastingdienst trof Wendy een groep universitair geschoolde adviseurs door wie ze zich voor het eerst in haar leven gehoord, gezien en gewaardeerd voelde. Haar collega’s waardeerden Wendy’s gedrevenheid, eigen initiatief, extra werkzaamheden en haar uitmuntendheid in alles wat ze deed. Haar manager gaf haar afwisselende uitdagende taken, complimenten, vertrouwen, luisterde, werkte op basis van gelijkwaardigheid en liet steeds meer aan haar over. Als de manager er niet was runde zij de toko. Dit alles heeft er voor gezorgd dat zij zich bij deze werkgever op een prettige manier gedurende langere tijd kon inzetten.

Voor Willem zijn vertrouwen en waardering van de werkgever en collega’s de sleutel tot blijvend goed functioneren in zijn functie. “Hoogbegaafdheid is geen onderwerp van gesprek geweest, maar ik voel dat mijn werkgever, althans mijn leidinggevenden en trouwens ook mijn collega’s, het  “door hebben”.  Dat is prettig. Ik heb persoonlijk geen behoefte aan trainingen, sessies, of andere activiteiten die een uitzonderingspositie benadrukken. HB is geen arbeidshandicap.”

“Zoek collega’s die jou als persoon en je HB-kwaliteiten waarderen”

Ook Lily en Julia vertellen hoe belangrijk het is om gezien en gewaardeerd te worden in het werk en menselijkheid te ervaren in het contact. Julia vertelt dat zij in de loopbaantraining voor hoogbegaafden een groepje mensen heeft ontmoet die elkaar regelmatig treffen en actief contact onderhouden. In het zoeken naar werk helpt dit haar in het beter leren definiëren van zichzelf omdat zij feedback krijgt van gelijkgestemden. In die groep voelt zij zich gesteund en erkend, en kan ze zichzelf zijn, waardoor zij groeit als persoon en weer met rechte schouders loopt. Dit vertrouwen en groei helpt in het zoeken naar werk. Lily vult aan dat het ook voor HB’ers die niet op de juiste plek zitten zinvol is contact te zoeken met andere HB’ers of een coach te zoeken die specifieke kennis heeft van HB. Lily vertelt dat de groep vrienden die ze van jongs af aan al kent haar helemaal accepteert zoals ze is. Waar ze op school en in werk nog wel eens wordt beschouwd als vreemde eend kan ze bij deze mensen zichzelf zijn. Dat is belangrijk om goed te functioneren.

Zet je hoogbegaafdheid niet in de spotlight

Voor de meeste hoogbegaafden die wij hebben gesproken is hun hoogbegaafdheid niet echt een ‘ding’. Ze vertellen ons dat het voor hen werkt om hun hoogbegaafdheid niet te benadrukken. Wendy geeft bijvoorbeeld aan dat het vaak verwachtingen schept die je niet waar wilt of kunt maken. Zij vindt het effectiever om de kenmerken van haar hoogbegaafdheid  te beschrijven dan te zeggen: Ik ben hoogbegaafd. Enkele voorbeelden van hoe ze zich zelf omschrijft: “ik ben een snelle denker, ik leg makkelijk verbanden, ik ben creatief.”.

“Realiseer je dat je even bijzonder en uniek bent als alle andere mensen”.

Dit sluit aan bij de visie van Willem: “Ik voel me niet verplicht om er als een soort “chosen one” iets mee te moeten doen. Ik zie die neiging wel eens bij andere HB-ers, vooral als het net is vastgesteld. De opluchting: “Ik ben niet gek, ik ben alleen maar hoogbegaafd” maakt dan plaats voor Messias-gedrag. Ik zeg liever: Zorg dat je geen dagtaak hebt aan het hoogbegaafd zijn. Kies er desgewenst je momenten voor.” Ook raadt hij iedereen aan om, althans in Nederland, niet te nadrukkelijk melding te maken van je vermeende hoogbegaafdheid en ook zeker geen Mensa lidmaatschap op je CV te zetten. “De polder is plat” …